DE GIFBEKER (TEKST: JAAP MEURS)

DE KOFFIE SMAAKT WAT ZUUR
ER KRASSEN NAGELS OP MIJN DEUR
IN HEEL HET HUIS HANGT NU DE GEUR
VAN LIJKEN DIE VERGAAN
HET MIDDERNACHTELIJK UUR
VERVULT MET ANGST EN BEVEN
DE MENSEN DIE HIER LEVEN
EN BUITEN DOOFT DE MAAN

EEN WEERWOLF HUILT VAN WOEDE
EEN VLEERMUIS KRIJST ZIJN LACH
IK RAAK ER NU VAN MOEDE MAAR
WAAK TOT AAN DE DAG

MIJN OMA ROEPT VAN VERRE
"KOM HIER! 'T IS JE TIJD!"
'T IS DE KRANKZINNIGHEID
WAARAAN ZIJ OVERLEED
DIE NU LEEFT IN DE SERRE
MIJ GEBIEDT VANNACHT TE GAAN
NAAR GENE ZIJDE VAN HET BESTAAN
EN IETS IN MIJN KOFFIE DEED