Faam

Hij was het gezicht van een vlijmscherp cabaret
Beroemd om al z'n types die hij deed
En zij was blond en mooi
En hij wou met haar naar bed
Maar zodat dat niet zijn naam eronder leed

Dus maakt hij zich op
Hij neemt een pruik een snor en bril
Van creaties uit z'n oude shows
En in het stamcafé gaat het precies zoals hij wil
Ze moet steeds lachen het loopt vlekkeloos

Faam is onbelangrijk
En het duurt maar een moment
Je kan maar beter rijk zijn
Of gezegend met talent

Opeens zegt ze verrast als ze naar de dansvloer kijkt
Kijk daar heb je, en ze noemt mijn naam
Dan loopt ze naar de man die maar nauwelijks op mij lijkt
Hij knikt en plukt de vruchten van mijn faam

Faam is onbelangrijk
En het duurt maar een moment
Je kan maar beter rijk zijn
Of gezegend met talent