Recensie van het concert in Speakers Delft, door Anjo v/d Wal

Speakers Delft
Eindelijk weer eens naar Tröckener Kecks. Niet dat dat zo lang geleden was, maar het is als doorgewinterde Kecksfan toch plezierig het weer eens mee te maken. Hiervoor moet ik naar Delft, waar ik gelijk kennis maak met Speakers, de zaal, waar het allemaal te gebeuren staat.
Als je tenminste van kennismaken kunt spreken, want als eerder opgemerkt is Speakers gewoon gevestigd in het pand van de ouwe Eland, dat ik in de eerste helft der negentiger jaren ook al bezocht voor een aantal evenementen.
In de trein zie ik naast mij een aantal jongeren, die zo bij Lowlands lijken te zijn weggeplukt. Eén meisje en drie heren. Lowlands wordt inderdaad door hen besproken en daarnaast Metallica, waar de man met de paardenstaart en het sikje even geen goed woord voor heeft. Het vertrekpunt is Den Haag.
Merkwaardig genoeg denkt toch één van de aanwezigen, dat Delft-Zuid eerst komt. Is hij in de war met Rotterdam of zo? Zo vaak gereisd dat hij het ook niet meer weet? Eenmaal op het station stapt het gezelschap ook al de trein uit richting bestemming te Delft. Speakers staat op de Burgwal en hoewel ik de situatie ten opzichte van het station weet (dus niet zoals de vorige keer bij het Zappacafé, toen ik het eerst moest vragen), heb ik in het pittoreske centrum van Delft toch nog een tweetal mensen nodig, die mij de weg naar de Burgwal of naar Speakers wijzen. Als ik de Burgwal eenmaal betreed, komt de herinnering aan de entree naar de Eland weer naar boven. De entree van Speakers zelf is nog hetzelfde als die van de Eland, alleen er zijn wat bouwwerkzaamheden verricht. Een gezellige bar zonder toegangsdeur vinden we links, terwijl verderop, als je de moeite neemt om door de barruimte te lopen, boven een restaurant zichtbaar is, dat staat er tenminste op. Maar zover ben ik nog niet. Eerst moet ik mijn gereserveerde kaartje ophalen en vervolgens mijn jas ophangen en hiervoor moet ik ook naar boven, maar dan via een trap bij de entree. Als ik mijn kaartje ophaal, herken ik de mensen, die ik in de trein heb gezien...juist, ja, die met die paardenstaart en dat sikje.
De zaal is achter de trap te vinden, maar daar is men nog druk bezig met voorbereidingen (lees: soundchecken). Dus vervoeg ik me bij de bar en bestel een biertje. Het is Brand bier, dat ik in jaren niet meer gedronken heb. Daardoor smaakt het ook niet zo best, of ben ik nu verkouden? De barruimte is niet al te groot. Links en ook rechts daarvan staan enkele tafeltjes en stoeltjes waar je kunt zitten en waar ik sta, is vlak voor de bar. Daar sta je gauw op iemands tenen als je niet uitkijkt, maar dat sta je in het dagelijks leven vaker bij sommige mensen bij de minste of geringste beweging die je maakt, is mijn ervaring van de laatste tijd. Links naast me staat een jongen met donker haar, die een gesprekje met me lijkt te willen beginnen of verbeeld ik me dat maar? Hij begint me inderdaad aan te spreken. Hij komt uit Stompwijk en vertelt de Tröckener Kecks tijdens Stomppop gezien te hebben en er toen wel van onder de indruk te zijn geweest. Ik vertel hem dat ik afgelopen zomer ook in overweging nam de Kecks daar te zien, maar het voorlopig toen maar deed met de talloze keren dat ik de Kecks her en der in het land heb gezien sinds 1991. Ik bezit ook alle CD's, behalve "Schliessbaum" (niet op CD uitgebracht) en "Hotel Nostalgia" (ouwe wijn in nieuwe zakken). Ik heb weer wel de live CD, die overigens op twee opeenvolgende avonden in LVC in Leiden is opgenomen.
Hij vertelt verder nog over de autosport waar hij graag naar kijkt. Het gaat niet eens zozeer om de formule 1, hoewel hij die ook wel aanbidt. Maar het is ook een belevenis, vindt hij om de Marlboro tour op Zandvoort te zien, zoals afgelopen zomer. Ik vertel hem, dat iemand mij vertelde, daar ook heen te zijn geweest (Hallo, Rein!) temidden van honderdduizenden aan bezoekers en geen ruimte om te parkeren. Maar het bezoek was wel de moeite waard. Ik merk op, dat de belangstelling voor autosport/rallycross vrij fanantiek (of op zijn minst zeer gedreven) beleden wordt en bij muziek de belangstelling meer gelijkmatig onder de fans verspreid wordt. Dit verklaart in mijn ogen, waarom je bij rallysport e.d. steeds dezelfde bezoekers aantreft en bij popconcerten vaak wisselend publiek.

Als we de zaal betreden, heeft die zich inmiddels ruim gevuld met belangstellenden. De jongen gaat even een drankje halen bij de bar. Ik weiger beleefd (?) als hij me er een aanbiedt, want ik heb even geen trek. Het komt wel goed. Inmiddels heeft de nieuwe jongen zich voorgesteld. Zijn naam is Michiel. Ik stel mijzelf ook voor. Er is even twijfel of ik hem al eerder ergens gezien heb, maar ik kan niet zo gauw bedenken waar en hij ook niet, dus we gaan er maar van uit dat dit de eerste keer is dat we elkaar zien.
De nieuwe band treedt aan en heet In't Wild. Als ik die jongens zo zie, dan lijk ik ze in Dordt ook al bij de Kecks gezien te hebben, maar weer plaagt de onzekerheid me. Het gaat wel om een band, die al zover is, dat ze op 4 april een CD-presentatie in Oss (N.B.) kunnen doen en een eerste single uitbrengen. De band bestaat naast de zanger die er uitziet alsof hij zo bij moeder vandaan komt (leuk voor de meisjes) uit een gitarist zonder haar en zonder zangmicrofoon, een gitarist met wat meer haar en een rood overhemd aan, een bassist, een drummer, die vanachter de kit wat weinig te zien is en dus goed verscholen zit voor al te brutaal volk. De laatste is de intens meebrullende toetsenist, die voorlopig de enige zonder overhemd lijkt te zijn. De gitaren, inclusief de bas, zijn van het merk Fender en bij de zessnarige exemplaren gaat het ook nog eens om de Stratocaster. De gitarist in het rode hemd, tevens ook zanger, heeft er ook nog een akoestische gitaar bij. De kale met het zwarte hemd, speelt steeds op dezelfde (zwartwitte) Fender. Ook enige kasten van het merk Marshall zijn op de bühne te vinden. Hoewel ze niet al te groot zijn. Wel zijn ze uitgerust met een voldoende aantal knoppen voor regulering van de geluidssterkte. Het drumstel is voorlopig het witte drumstel van de Tröckener Kecks, de >t k i t dus.

De liedjes, enfin, dat verraadt de groepsnaam al min of meer (hallo Bettie, hallo Venray), zijn in het Nederlands. De gedrevenheid onder de spelenden is groot. Nu en dan herkennen we de Kecksstructuur een beetje in de liedjes, maar toch niet teveel. Dit is, om het maar eens op z'n Zeeuws te zeggen, een groep van z'n eigen. De deur tussen de zaal en backstage is voor het podium, net als vroeger bij de Eland, toen Rick de Leeuw nog besloot de lege ruimte tussen concert en toegift op het podium te vullen met een toespraak. Daarover straks meer. Uit die deur is De Leeuw nog gekomen om bij het publiek naar de optredende groep te kijken. Zijn ogen verraden zijn belangstelling. Niet veel later zie ik naast hem ook Kecksgitarist Philip Tilli naast hem staan. Dat duurt niet overdreven lang, want de heren moeten dadelijk ook zo op en er moet natuurlijk nog wel wat aan voorbereiding voorafgaan als bij een voetbalwedstrijd.

De groep op de bühne blijkt nog wat fans te hebben, die vooraan bij het podium staan. In het algemeen lijkt de groep veel respons uit de zaal te hebben, hoewel dit een stille (?) voorbode kan zijn voor de groep die daarna komt. Met veel enthousiasme wordt een half uurtje afgewerkt en is het wachten daarna op de groep waar het om gaat. Ondertussen haal ik eens een biertje of twee en kwek wat met mijn nieuwe buurman.

Mijn handen zijn op mijn rug. Ik meen daar iets te voelen. Jeuk of zo? Het volgende moment kijk ik in het gezicht van Lilian Japing, die me vanmiddag al per mail had laten weten het concert te zullen bezoeken en maar alvast gereserveerd heeft, want als ze komt is het voor haar geen verrassing, dat het concert een uitverkochte indruk achterlaat. De waarheid moet er bij verteld worden, dat het nu ook wel gaat om een kleine compacte zaal, maar toch.. Lilian is de grootste niet en gaat dus vooraan staan. Ze heeft een groengrijsachtig Kecks shirt aan met titels van liedjes van de groep er op. Vroeger viel me al op, dat een van de opvallendste In de krochten van de geest was. De jongen, die net nog bij me stond, meldt me, dat hij even op de bühne gaat zitten want het gaat nog een lange avond worden. Hij zit op de rand van het podium naast de plek waar Lilian staat, zonder zich met haar te bemoeien.
Een meisje met een bril op en lang donker haar in een staart, zegt, dat haar opgevallen is, dat ik iedereen zo'n beetje ken, want ik praat met iedereen, heeft ze gezien. Dat valt wel mee. Sinds vanavond ken ik Michiel en Lilian ken ik dan langere tijd, maar voor de rest ken ik niemand, maar ben eventueel zo brutaal als de beul. De meeste mensen zijn heel gewoon en dus ook aanspreekbaar (want anders zijn ze buitengewoon en wie wil dat nou zijn?) en misschien vindt iedereen me wel gewoon een leuke knul.

Na een poos wachten komt uit de backstagedeur dan eindelijk de groep waar het om gaat. De leden beklimmen het podium en steken van wal. Rick in zijn zwarte pak, vol energie en heel beweeglijk. Het jasje gaat geen moment uit, maar zijn haren plakken wel op zijn gezicht. Ook Philip Tilli staat erg zijn best te doen. Theo Vogelaars, gedreven als altijd, kent nog steeds maar twee houdingen: Naar voren en naar achteren. Over Iebelings straks meer. Rob van Zandvoort is de onverstoorbare zelve. Stoïcijns staat hij het toetsenbord te bespelen. Als hij niet hoeft te zingen, hangt er een filtersigaret uit zijn mond, alsof hij bezig is met een baantje...alsof hij Keith Richards is. Het publiek wordt vooral onrustig bij de snellere nummers en host behoorlijk door elkaar. Dat is voor sommigen (waaronder ondergetekende) het sein een stapje naar achteren te doen. Ten opzichte van vorig jaar worden minder liedjes van het laatst geleverde album gespeeld, waardoor meer ruimte ontstaat voor wat oudere, zoals Paradijs, De jacht is mooier dan de vangst, Vanavond voor altijd, Czaar Peter Straat, Met hart en ziel, In tranen, Een dag zo mooi, Nu of nooit om er maar eens een paar te noemen. Een paar liedjes gaan vooraf door een "boeiend" intro. Bij De jacht is mooier dan de vangst, gaat een groot drum intro vooraf, waarbij Rick de Leeuw de drums van Gerben Iebelings voorziet van wat grote slokken spawater, zodat bij veel slagen het water omhoogspat.
Iebelings drumt of zijn leven er van afhangt. Dat zou gedeeltelijk best wel eens kunnen. Dit leidt er toe, dat De Leeuw onze aandacht nog eens vestigt op de zojuist verongelukte drummer van de Zeeuwse groep Bløf, waarbij hij aan wil geven, hoe belangrijk een drummer voor een groep is. Maar daarbij komt hij niet goed uit zijn woorden en daarom moedigt hij Gerben aan om het maar drummend te zeggen. Vreemd en uitdagend is de stilte, minutenlange stilte zelfs, die Nu of nooit vooraf gaat. Het is me allang duidelijk dat de groep en met name De Leeuw op iets zit te broeden, maar wat zou het zijn? Het publiek, waarvan sommigen er niet vies van zijn nu en dan spelen! te scanderen, wordt onrustig en ongeduldig. De Leeuw staat wat op het podium te slungelen. Zijn blauwe ogen rollen over de zaal. Bassist Theo Vogelaars, degene, die het meest contact lijkt te hebben met het publiek, knipoogt eens wat en wijst naar de drummer, want het wachten is op hem, tot hij het teken geeft. Rob van Zandvoort staat er achter zijn keyboards ook maar wat bij, maakt eens een vliegbeweging met zijn beide armen, maar wacht de dingen, die nog moeten komen, ook rustig af. Het publiek dringt aan. Een meisje betreedt het podium en wendt zich tot Rick. Rick reageert zo goed als niet op haar. Als ze uitgesproken is, verlaat ze het podium weer. Het publiek dringt aan. De groep doet niets.
Na een paar minuten klinken ferm de begintikjes op de sticks voor het volgende nummer, dat dus Nu of nooit blijkt te zijn. En dan is het me duidelijk, wat de heren zojuist hebben uitgebeeld: een moment van besluiteloosheid, waar het liedje over gaat, of een groep zonder drummer, als eerder uitgelegd in het betoog over de drummer van Bløf. Bij Tröckener Kecks moet je vaker afwachten wat er gaat gebeuren. Het geduld wordt heus wel beloond. Nu krijgt het publiek, waar het om vraagt en waar het op gehoopt heeft. Naast het podium, boven op een grote speaker, staat het meisje mee te dansen, dat zojuist nog het podium betrad.

Als alle nummers van de setlist zijn afgewerkt, neemt De Leeuw een moment om de tijd te vullen tussen het officiële gedeelte en de toegift. Even naar achteren kan men niet, want de deur backstage is immers voor het podium. Hij doet dat op precies dezelfde wijze als jaren geleden in de Eland. Hij praat de tijd vol en doet daarna net alsof hij weer op het podium is verschenen, waarop het publiek inderdaad klapt. Knappe prestatie. Men doet er nog een paar. Daarna is het afgelopen en hebben we andermaal het gevoel naar echte artiesten gekeken te hebben.

Na afloop loopt de zaal zo'n beetje leeg, maar nog niet iedereen loopt weg. Het meisje met de bril, met daarnaast haar slanke, lenige, langharige, enigszins blonde vriendin blijven nog achter en zijn in gesprek geraakt met Michiel. De bril zegt Michiel niet te kennen. Maar, ofschoon uit Woerden komend, daarna in een flink aantal andere plaatsen gewoond hebbend, waaronder Utrecht en Amsterdam, woont ze nu in Leiden en dat is toch onder de rook van Stompwijk, zou je haast zeggen. Ze zou hem best wel eens ergens langs kunnen hebben zien fietsen. Over Woerden zegt ze, dat dat een plaats is, waar niets gebeurt. Alleen het treinstation en zoals de zondag hierna zal blijken, als ik met de trein naar Utrecht ga, de kerk zijn nog de moeite waard. Het slanke meisje vertelt, dat een vriend van haar bij een van de op de live-plaat vastgelegde concerten in Leiden is geweest. Hij is degene, die op de cd het eerst te horen is.
Aangezien de lange slanke blonde ook in Leiden woont, vertel ik, wat ik in Leiden alzo gezien heb. Daarbij vergeet ik Annie's Verjaardag, een cafe op een boot in een gracht achter V&D te noemen. Als mijn drie nieuwe vrienden de zaal weer verlaten, bezoek ik eerst nog het toilet en besluit dan ook mijn biezen te pakken. Eerst zie ik nog Rick de Leeuw met zijn handen in de zakken van zijn zwarte pak door de zaal lopen. Zijn ogen kijken me voldaan aan. Het lijkt ook voor hem een geslaagde avond te zijn geweest. Ik speel met de gedachte hem aan te spreken, maar weet me er even geen raad mee. Ik krijg het gevoel, dat zo treffend in Nu of nooit wordt beschreven en loop de zaal weer uit op zoek naar mijn jas. Dan lijk ik nog een echte kans te krijgen om De Leeuw te spreken, want hij staat dan vlak voor me. Andermaal benut ik de kans niet, maar maal er ook niet om, want het was zo ook wel lekker.
In het Vermeer-achtige aangezicht van de stad Delft zoek ik vervolgens mijn weg naar het station en probeer een nachttrein te pakken. Een man vraagt op het eerste perron aan me of ik weet of er nog een trein naar Hoek van Holland gaat. Het is al na een uur, Rotterdam is natuurlijk nog wel te bereiken, maar Hoek van Holland...ik ben bang dat dat niet meer lukt. De man spreekt eerst heftig een drieletterig woord uit, dat erg de tekenen van een lichaamsdeel moet voorstellen, maar bedankt me toch. Hierna lees ik een mededeling over de nog te rijden treinen deze nacht. Mijn conclusie is, dat ik na tweeën een trein richting huis kan krijgen. Daarvoor moet ik nog wel even naar het andere perron. Met veel geduld luister ik naar een nummer van Frank Zappa, dat heet Brown Shoes Don't Make It.
Om kwart voor arriveert er een trein en ik stap in. Na een poosje komt het eerstvolgende station in het vizier, waar niet gestopt wordt. Dat blijkt Schiedam te zijn. Hè! denk ik, hoe kan dat nou? Vervolgens realiseer ik me niet scherp genoeg op de eindbestemming op het bord in Delft gelet te hebben van de trein waar ik ingestapt ben. Daar stond Rotterdam. Dat is alleen juist als ik me aan de andere kant van Den Haag bevind, dus vanaf Leiden. Maar nu zat ik in Delft en moet Utrecht de eindbestemming zijn. Ik kan mezelf wel voor m'n kop slaan. Keren op deze pijnlijke vergissing, die me toch zeker een uur extra gaat kosten voor de thuisreis, kan pas in Rotterdam.
Daar stap ik uit en realiseer me, dat op een begin-(eind-)punt als Rotterdam kaartjescontrole is en een kaartje van Rotterdam naar Delft onontbeerlijk is op dit moment. Ik zoek op het perron, waar ik zojuist ben uitgestapt naar de ticketprinter, maar vind die niet. Nog een geluk, dat het perron nog voor het grootste gedeelte overdekt is, want het is ook gaan regenen. Op een moment als dit is elke afstand te groot en vooral op de perrons. Nog erger wordt het, als ik me realiseer naar de centrale hal van het station te moeten, want ik sta wel op perron 8 of 9 of zo. Maar goed, er zit niks anders op. Aangezien alles deze nacht op een drama lijkt te moeten eindigen is ook nog eens de hal afgesloten met een groot gietijzeren hek, zodat ik niet bij de ticketprinter kan. Het lijkt het moment niet te zijn om na te denken, want ik heb echt geen idee, waar dit nu op slaat. Er zijn namelijk ook nog mensen aan de andere kant van het hek.
Ik sjok moedeloos terug naar het perron, waar ik vandaan kwam en zie een stel, aan wie iets te vragen moet kunnen zijn. Zij leggen me uit, dat ongeveer tien minuten voor vertrek van de trein het hek wel geopend wordt om de mensen in de hal binnen te laten. Nou, dat ga ik dan maar even proberen. Dus sta ik enkele ogenblikken weer voor het hek, waar een stel jongeren precies aan de andere kant staan. Meer als van de Berlijnse muur heeft deze situatie weg van aapjes voeren in Artis of zo. Aangezien de frustratiedrempel bij jongeren in de regel nogal laag is, komen er al direct vragen over de betekenis van het hek. Niet veel later arriveren een in blauw geklede man en vrouw met het V-teken op hun "revers". Ze zijn uitgerust met een bos sleutels. Eindelijk iemand, van wie ik wijzer hoop te worden.
"Waarom is dat hek daar?" vraag ik aan de man.
"Voor de veiligheid," antwoordt deze.
"Ik moet nog een kaartje kopen voor de reis in de ticketprinter en daar kan ik zo niet bij," verduidelijk ik.
"Ik maak hem even voor je open," zegt de man kalmerend.
Het hek gaat open, maar voor ik naar de andere kant kan, stroomt eerst de groep binnen, die al die tijd in de hal stond of zat te wachten. Daar moet ik nog even geduld voor hebben, maar alles kan ruim op tijd. Uit de ticketprinter haal ik vervolgens mijn kaartje en loop terug naar het perron, waar inmiddels de trein arriveert. Na controle kunnen we het voertuig in. Ik neem plaats in het niet-rokergedeelte maar wordt door zin gedreven naar het rokersgedeelte. Daar komt iemand me vergezellen, die ik zo-even nog bij het hek heb gezien. Vrienden van hem komen ook in de coupé. De jongen doet zich tegoed aan een broodje en heeft mij inmiddels al een potje yoghurt aangeboden, dat nog helemaal dicht zit en wel op een manier, alsof hij hem kwijt moet. Hierna laat hij wat erg nadrukkelijk merken, dat het hem goed smaakt.
Dat was voor mij ook weer niet nodig. De trein rijdt ondertussen Den Haag binnen. Op CS maakt het voertuig een stop. Ik stap uit en voor ik het perron verlaten heb, zie ik, wat ik in Rotterdam ook al heb gezien: het perron wordt (zij het gedeeltelijk) tot op halve hoogte van de doorgang afgesloten met een ijzeren hek, waar personeel bij staat om met name degenen die de trein willen bereiken aan een controle te onderwerpen.

Leesvoer