Amsterdams Stadsblad, interview van 19 april, door Arnoud van Soest.

Een Sexy Rockgod

Na drie jaar stilte hebben de podiumbeesten van de Nederlandstalige rockgroep Trockener Kecks een nieuwe cd uitgebracht. Met een nieuwe producer, en een nieuwe platenmaatschappij, hebben ze er weer zin in.

De nieuwe cd, die naar de wonderlijke titel >tk luistert, is een sterke verzameling popliedjes geworden, melodieus, pittig, en soms ingetogen. Zo kent het nummer 'Winnaars, verliezers' alleen een wonderschone pianobegeleiding. Ook de teksten van zanger Rick de Leeuw zijn als vanouds beeldend ('De wind jaagt wat huisvuil langs de gevels van de stad') en ironisch, zoals in het nummer 'Ik Denk Nooit Meer Aan Jou', dat gaat over een man die de hele dag nooit meer aan zijn voormalige geliefde denkt. Kortom, een aanrader voor de liefhebber van het betere Nederlandse lied.

Het gesprek met Rick de Leeuw (39) vindt plaats in een cafť op het KNSM-eiland, want daar woont de zanger van deze Amsterdamse band.
"Ja, inderdaad, het waait hier altijd en als het niet waait stormt het", steekt hij van wal. "Ik woonde ooit in West en ben sindsdien steeds verder oostelijk getrokken. En ja, verder dan het KNSM-eiland kan niet. In de winter is de stad enorm ver weg, en zijn je vrienden met geen tien paarden hiernaartoe te trekken, maar in de zomer weet iedereen je wel te vinden hoor, geen probleem!"

Uit diverse interviews die je sinds het verschijnen van de nieuwe cd hebt gegeven, lees ik dat dit het eerste album is waar jullie echt tevreden over zijn. Hoe komt dat?
"Ach, op het moment dat je een nieuwe plaat uitbrengt ben je altijd onwijs trots, maar wij zijn vooral een live-band. Het was altijd gauw opnemen en dan snel weer terug het podium op. Inmiddels hebben we geleerd dat wat je op het podium doet, in de studio totaal niet werkt. En andersom. Om het simpel uit te drukken: op het toneel zing je voor duizend man, in de studio zing je maar voor een man of vrouw. Kortom, optredens moeten luid en opwindend zijn. Maar in de studio zing ik nu wat rustiger. Dat is aangenamer om naar te luisteren, want je moet zo'n plaat vaker kunnen draaien."
"Onze vorige producer zei het al: jullie zijn een goede band, maar in de studio zijn jullie beroerd. Misschien namen we toch te veel die arrogantie van "wij zijn toch een geweldige live-band" mee de studio in, terwijl we dit keer onze ego's wat aan de kant hebben gezet."

De nieuwe cd is geproduceerd door J.B. Meyers, gitarist van Supersub. Hij zou gezegd hebben dat teksten niet interessant zijn, want wie luistert daar nu naar. Een geestig baasje dus, maar had je geen zin hem met een van zijn eigen gitaarsnaren te wurgen?
De Leeuw lacht. "Nee hoor, ik vond het wel een verfrissende aanpak dat we nu eens een producer hadden die de zang niet als middelpunt nam. Als hij zei: hier duurt de tekst een beetje te lang, dan zei ik: ja, maar dat moet. Inmiddels heb ik geleerd dat het helemaal niet erg is om wat te schrappen als dat muzikaal beter uitkomt. Meyers benadert een liedje meer vanuit de muziek dan vanuit de tekst. Hij is ook waanzinnig muzikaal. Als hij 's ochtends een viool oppakt en er een beetje op gaat krassen, haalt hij er 's avonds al een melodietje uit."

Jullie hebben de liedjes voor deze cd in ItaliŽ geschreven, in een huis met een prachtig uitzicht op een meer. Loop je dan niet het risico dat je op een stoeltje gaat zitten en denkt: laat die plaat maar even zittenÖ "Nou, het heeft soms wel lang geduurd, maar in zo'n andere omgeving kun je sneller werken, je wordt minder afgeleid. Als je in Amsterdam blijft, ga je na afloop van de repetities weer naar huis, en dan krijg je misschien ruzie of er ligt een blauwe enveloppe op je te wachten."
"Het aardige van ItaliŽ was ook dat ik iets had om naar uit te kijken. Ik had al tien nummers klaar toen we daar aankwamen. Dat moet ook wel, want ik kan moeilijk tegen die jongens zeggen: sorry hoor, maar ik heb niks. ItaliŽ was stimulerender dan wanneer we ons bijvoorbeeld in een gebouwtje in Amsterdam-Noord hadden teruggetrokken."

Die teksten van jou zijn overigens aardig poŽtisch en beeldend. Het is bijna cabaret.
De Leeuw rilt van afgrijzen. "Cabaret, hou op, dat heeft voor mij zo'n negatieve klank. Dan moet ik altijd denken aan opgeprikte abonnementenhouders, die in de pauze het verplichte gesprekje met de wethouder voeren en vervolgens weer drie kwartier gaan luisteren naar en zich veel te serieus nemende zanger."

Als zanger wil je toch ook dat je teksten goed uit de verf komen, en dat ze niet verzuipen in geschreeuw en veel bier. Maar ik begrijp dus dat zo'n theatertour niks voor jullie is?
Kijk, als ik teksten schrijf dan wil ik de beste van Nederland zijn, en probeer ik de ene prachtige beeldspraak na de andere op papier te werpen, maar op het toneel wil ik alleen maar een sexy rockgod zijn. Optreden is gewoon vermaak. Op het podium moet je die ambitie van 'de beste tekstschrijver willen zijn' gewoon achter je laten, anders eindig je als een gekwelde artiest op het toneel en een lolbroek achter de schrijftafel."

Wat drijft je vooral als je dat podium beklimt?
"De behoefte aan aandacht en laten zien dat ik iets heel goed kan. Optreden is het leukste wat er is. Op een gegeven moment kom je van de grond los, stijg je op, kun je zonder handen. Het gekke is dat we ook nooit een optreden hebben afgezegd omdat we ziek, zwak of misselijk waren. Het kan best zijn dat het podium opstrompelt, maar als je eenmaal optreedt, voel je niets meer. Je kunt gerust zeggen dat het een helende werking heeft."

Pers