Proviciale Zeeuwse Courant interview door Mark Roos, 18 februari

Tröckener Kecks blijft vernieuwen
In dienst van de muziek
Het komt zelden voor dat een Nederlandse groep een zo gevarieerd publiek bereikt met haar muziek. Beluistering van het nieuwe Tröckener Kecks-album, dat deze week verscheen, verklaart veel. Geen van de elf voorafgaande albums klonk zo veelzijdig, levendig, warm, open, helder, inventief en krachtig.

Een nieuwe plaat, opgenomen met een nieuwe producer (Jan-Bart Meyers van de Amsterdamse band SuperSub), uitgebracht op een ander platenlabel (Pias). Het lijkt alsof het bijna twintig jaar oude nederrockinstituut aan zijn tweede jeugd is begonnen. Het ritmetandem met de Utrechtse drummer Gerben Ibelings en oudgediende Theo Vogelaars (bas) klinkt subtieler dan ooit, het toetsenwerk van Rob van Zandvoort geeft de muziek moderne, soms mysterieuze accenten en de nieuwe gitarist Phil Tilli blijkt een regelrechte aanwinst.
De nieuwe inspiratie heeft volgens zanger Rick de Leeuw en drummer Gerben Ibelings alles te maken met de nieuwe werkwijze van de groep. Om een goed groepsgevoel te krijgen werkt de groep aan nieuw repertoire in een oefenruimte aan het Italiaanse Lago Maggiore. ,,Ik denk dat het heel belangrijk is geweest dat we ooit besloten hebben om voortaan in Italië nieuwe nummers te gaan maken``, zegt Ibelings. ,,Nieuwe nummers maken in een oefenruimte in Nederland; het is geen stimulans voor creativiteit, al was het alleen maar omdat iedereen zijn dagelijkse beslommeringen toch een beetje meeneemt naar de oefenruimte.``
De Leeuw: ,,In Nederland heeft de een, voordat hij naar de oefenruimte komt, de hele dag Led Zeppelin gedraaid, de ander heeft net de Portugese fado ontdekt, de derde is er plotseling achtergekomen dat house zo slecht nog niet is. Als al die dingen bij elkaar komen, krijg je compromismuziek, vlees noch vis. Omdat je een tijd lang in Italië vertoeft, er echt helemaal uit bent, komen alle ideeën beurtelings aan bod en krijg je muziek die niet ingegeven wordt door invloeden van buitenaf. En je krijgt alle tijd om op een niveau te komen dat je in Nederland nooit zou kunnen halen, omdat de tijd en rust er niet is en de afleiding te groot is.``
De nieuwe manier van muziekmaken heeft de ambitie binnen de band teruggebracht. De Leeuw: ,,Ik denk dat een ieder van ons een stapje terug heeft gedaan. Ikzelf ben bij voorbeeld een stuk rustiger gaan zingen.``
Ibelings: ,,Onze muziek zat te veel dichtgespijkerd. We spelen nu, ook live, veel simpeler en doeltreffender, meer in dienst van het liedje.``

De Leeuw: ,,Maar wees niet bang; we willen het publiek nog steeds wat laten zien. Het is nog steeds bloed, zweet en tranen.`` Ontstaan in de punktijd, groeide de Tröckener Kecks uit tot een van de meest gevraagde live-bands in Nederland. Samen met The Scene en De Dijk creëerde de Tröckener Kecks een nieuw Nederlandstalig genre, met meer rockinvloeden dan de vorige generatie van Doe Maar en Het Goede Doel.
,,Vroeger was Nederlandstalig een genre``, zegt De Leeuw. ,,Nederlandstalig stond voor fletse, Nederlandstalige flutmuziek. Toontje Lager en zo. In tegenstelling tot dat soort bands wilden wij stoere grote mensenmuziek maken, zonder de ambitie om Engelse en Amerikaanse rocksterren te imiteren. Ik wilde dichter bij mezelf blijven. Het stond voor mij vast dat als Bowie en Springsteen in hun eigen taal mochten zingen, ik dat ook wel kon. Ik wilde alleen geen hoempa-cabaret-bedrijfsuitje-gezelligheidsvereniging-muziek maken.``

De Leeuw zegt dat zijn honger naar nieuwe muziek nog steeds niet gestild is. Dat verklaart ook waarom de band elke keer weer nieuwe inspiratie weet te vinden om aan een nieuw hoofdstuk in haar carrière te beginnen. De Leeuw: ,,Als band wil je voortdurend verder. Toen de Tröckener Kecks begonnen, brachten we onze platen zelf uit omdat we niet konden bedenken dat er iemand zo gek was 500 gulden te investeren in opnames. Op een gegeven moment ontstond het muffige beeld van een residu uit de punktijd dat kriskras Nederland doorrijdt met busjes vol platen. Toen we bij platenmaatschappij Torso terechtkwamen, groeiden we als band uit tot een van de best lopende livebands. Op een gegeven moment kwamen we niet verder; we sleepten dat imago van `de grootste band zonder hit` met ons mee.`` Met het hitje `Hart En Ziel` kwam daar verandering in. ,,Eigenlijk vonden we dat succes helemaal niet zo leuk``, blikt De Leeuw terug.
,,Het succes van `Hart En Ziel` viel samen met de opkomst van RTL 4, dat samen met de andere omroepen het platste van het platste uit ging zenden om een marktaandeel te verwerven. Als je als popmuzikant met ambities aan de weg wilde timmeren, moest je in van die vreselijke talkshows en panels van spelletjesprogramma`s gaan zitten. Dat wilden we niet en we werden de deur gewezen. En op het moment dat je de naam krijgt van `die band die nooit op teevee wil`, moet je ervoor zorgen dat je een knaller van een hit krijgt. En daar zijn we nu mee bezig. Over vijf jaar zal het roer weer om moeten, voordat iemand anders het licht voor ons uitdoet. Stilstaand water stinkt.``

De nieuwe ambities van de Tröckener Kecks zullen niet tot gevolg hebben dat de groep voortaan kleine zalen als De Peppel in Zeist en De Kelder in Amersfoort over zal slaan. Ibelings: ,,In de keuze van onze optredens zullen we altijd blijven streven naar afwisseling. Kroegjes, festivals, radio- en televisie: juist die afwisseling houdt het leuk en vermijdt gevoelens van sleur.``
De Leeuw: ,,Zoals jij verwacht dat een chirurg het goede been afzet, verwacht je van een band dat die elke keer zijn stinkende best doet. Dat ben je aan jezelf verplicht, aan het publiek en aan de nummers. Zo`n nummer kan er ook niets aan doen dat jij er even geen zin in hebt.``
Ibelings: ,,Als je een baan hebt van negen tot vijf, ga je elke keer naar hetzelfde kantoor met hetzelfde bureau en dezelfde stoel toe. Met alle respect, maar ik vind een reisje naar de Peppel een stuk opwindender. En het feit dat je elke avond op scherp moet staan, geeft een enorme motivatie en opwinding.``
De Leeuw: ,,Het is toch een prachtig leven. Om een uur of zes kom je aan. Je wordt hartelijk ontvangen en naar de kleedkamer met broodjes, nootjes en Bounty`s geleid. Je krijgt goed te drinken en te eten en na het optreden krijg je een daverend applaus van het publiek, schouderklopjes en complimenten. Noem mij een werkgever waar ik hetzelfde meemaak.``
Ibelings: ,,Veel Nederlandse bands die in het Engels zingen, haken af nadat ze drie keer heel Nederland doorgetoerd hebben. Persoonlijk denk ik dat die bands in hun achterhoofd toch de ambities hebben het internationaal te gaan maken. Als dat niet lukt, stoppen ze. Bij ons leeft die ambitie niet, simpelweg omdat we in het Nederlands zingen. Onze geografische grenzen staan vast.``

Dat het publiek de laatste jaren minder massaal uitliep voor de optredens van de Kecks dan daarvoor, deert de groep niet. Ook het feit dat een nieuwe generatie Nederlandstalige popbands - Bløf, Volumia!, Skik - meer succes heeft dan de Kecks, laat de bandleden koud. Echt onder de indruk van de nieuwe lichting Nederlandse bands, zijn Ibelings en De Leeuw niet. ,,De meeste Nederlandstalige bands opereren in een idioom dat door mij lang geleden al afgesloten is``, zegt De Leeuw. ,,Met The Scene en De Dijk hebben we toch een soort van Nederlandstalig idioom gecreëerd. Ik vind dat De Kast, Bløf en Volumia! iets te gemakkelijk in het door ons voorverwarmde badje stappen.``

Pers