Verhaal van Rick de Leeuw over de 21 jaar Tröckener Kecks, 8 december Het Parool.

Tröckener Kecks na twintig jaar op afscheidstournee
'Wat ga je volgend jaar doen?'
Het meisje met de mooie ogen kijkt me vragend aan. We staan in de kleedkamer na afloop van het concert. Vanaf het podium was ze me al opgevallen. Ze is kleiner dan ik dacht. Een stuk jonger ook.
Ik sta zo nonchalant mogelijk tegen de muur aangeleund, pils in de hand. Het was een tof concert. Voor het eerst in al die jaren is de zaal uitverkocht. Sinds we in augustus bekend maakten dat we aan het eind van dit jaar stoppen met de Kecks, zijn de zalen voller dan ooit. De kleedkamers trouwens ook.
'Wil je misschien iets drinken?' Probeer ik het gesprek een andere kant op te sturen. 'Wat wil je hebben, bier of wijn?
'Rode wijn, graag,' lacht ze.
Wat een lach. Ik dring mezelf een weg naar de koelkast. Iemand slaat me op mijn schouders. 'Mooi gespeeld.'
'Dank je.'
Ik herken zijn gezicht, maar heb geen idee meer hoe die gast heet. Vroeger kwam hij elke week. Waar we ook speelden. Hij was vrachtwagenchauffeur. De hele week op de truck, in het weekeinde achter de Kecks aan. Hoe lang geleden zou dat zijn?
'Echt ouderwets goed, maar waarom speelden jullie Ver Van Huis niet?'
Ik reken terug, Ver Van Huis staat op De Jacht. Die is nog op vinyl verschenen, of was dat de eerste die tegelijkertijd op cd uitkwam? Wat maakt 't uit, het is in ieder geval meer dan tien jaar geleden.
'Een van jullie allerbeste nummers. Als ik in de cabine zit, dan...' 'De volgende keer misschien,' onderbreek ik hem nogal lomp.
'Wanneer is die volgende keer dan?'
'Sorry, ik ben op weg naar de koelkast.'Ik lach verontschuldigend. 'Een noodgeval.'
Met twee biertjes in de hand struikel ik me zo snel mogelijk terug. Ze staat er nog.
'De wijn was op. Ze halen nieuwe, maar dat kan even duren. Biertje dan maar?'
Ze knikt en proost.
'Je hebt toch zeker wel plannen voor de toekomst?'
'O ja. Eh, ik twijfel tussen hersenchirurg en president van de Nederlandse Bank.' Ze lacht alweer.
'Nee, serieus. Ik heb geen idee. Hoe moet ik 't zeggen? Als je in een band speelt is het leven overzichtelijk. Er zijn drie mogelijkheden. Of je hebt een plaat gemaakt en gaat veel optreden, of je hebt veel opgetreden en gaat een plaat maken. De periodes er tussenin zijn verwarrend, maar daar heb je een manager voor.' Ik laat een kleine pauze vallen. 'En de slijter natuurlijk.'
Ik neem een slok en proost andermaal.
'En volgend jaar heb ik dus wel een periode met veel optredens achter de rug, maar hoef ik geen plaat meer te maken en heb ik geen manager meer.' Ik drink mijn biertje leeg en zet het flesje op de grond. 'De slijter zal het druk krijgen de komende tijd.'
Ze kijkt me ongelovig aan.
'Het lijkt me heerlijk om eens géén agenda te hebben,' benadruk ik mijn verhaal. 'Al was het maar om er achter te komen dat het helemaal niet heerlijk is om géén agenda te hebben,' 'Maar er zijn toch wel dingen die je graag zou willen doen?'
Ik kijk haar aan. Ik zou nu inderdaad wel een of twee dingen kunnen bedenken.

Herinner me die middag zonder eind
Ze keek me diep in de ogen
Ze lachte de wolken weg
En ze meende toen ze zei
Ik ben er altijd
Voor altijd en voor jou

'Wat zullen we gaan doen?'
Leo en ik zitten aan tafel en drinken koffie. Het is een druilerige zaterdagmiddag. Zo'n middag waar Nederland er altijd wel eentje van op voorraad heeft. Ik haal mijn schouders op.
Geen idee. Op kostschool deden we niets anders. Koffie drinken, platen draaien en lijstjes maken.
Een gecontroleerd vervelen, dat we tot in detail regisseerden. We maakten lijstjes van concerten die we hadden gezien, van concerten die we niet hadden gezien, van concerten die we graag wilden gaan zien. Van platen die we nog moesten kopen, van singles die we nog misten. We stelden dagelijks de top 5 aller tijden samen in maakt niet uit welke categorie. Songs, zangers, hoezen, intro's, er viel altijd wel een lijstje te maken. Met een kop koffie binnen handbereik en een stapel platen naast de pick-up kwamen we de dag wel door.
Maar sinds we van kostschool af zijn en in Amsterdam wonen, voelt de verveling anders. Het knaagt.
'We zouden een band kunnen beginnen,' oppert Leo. Ik schiet in de lach. Een band beginnen, welja. Of een autofabriek, of een televisiestation. Wat denk je van een nieuw land? Volkje erin, grens er omheen. Word ik wel koning.
'Ik meen het. Waarom beginnen we geen band?'
Leo is niet in lachen uitgebarsten en kijkt me vragend aan. 'Kijk, heb ik de voorbije maanden bijeen gespaard.' Hij laat me een fikse stapel betaalkaarten zien. 'Telkens eerst de laatste van het setje gebruikt, dan sturen ze meteen de volgende reeks.'
Ik complimenteer hem oprecht met zo veel onverantwoordelijkheid. Hier op tafel ligt een uitgelezen kans op een griezelig hoge schuld.
'Nee, hier op tafel ligt de mogelijkheid om hier weg te raken,' antwoordt Leo met veel gevoel voor drama. 'Hier voor je ligt een drumstel, een gitaar, een versterker, hier voor je op tafel ligt de weg naar roem en rijkdom!'
Hij meent het echt!
'Als we nu naar de winkel gaan, hebben we misschien vanmiddag alles al in huis. Ik heb er genoeg van om alleen maar te fantaseren. Als we het nu niet doen, doen we het nooit! Laten we het toch verdomme proberen. Beter spijt van iets dat je gedaan hebt, dan spijt van iets dat je gelaten hebt. Of niet soms?'
Even later, op de fiets naar de muziekwinkel, voel ik een opwinding die ik eigenlijk alleen maar ken van toen ik nog op voetbal zat. Haren nat, tas op het stuur. In colonne met het elftal terug naar de eigen club na een zwaarbevochten overwinning op O.G. '71. Altijd op weg naar het kampioenschap, en altijd het gevoel dat het deze keer wél gaat lukken.

Het is koud in de kleedkamer. Door een kier van de deur kijk ik de zaal in.
'En?'
'Niet zo druk.'
'Zullen we een kwartiertje later beginnen?'
'OK'
Ik sluit de deur en steek een sigaret op. Godverdomme. Zeven mensen in de zaal. Drie van de zeven op de gastenlijst. De andere vier rond de flipperkast naast de bar. Is dit 't dan? In mijn dromen had het leven van een rockartiest meer glamour. Volle zalen, daar droomde ik van. Een uitzinnige menigte die 'Rickie, Rickie' scanderend onze tournee in extase volgde. Ik had me voorgenomen om, als we eenmaal rijk en beroemd zouden zijn, geen sterallures te krijgen. 'Gewoon gewoon blijven,' hield ik mezelf regelmatig voor. Maar het is niet gemakkelijk om aan een lege zaal te tonen hoe gewoon je gebleven bent. Misschien zien ze niet eens hoe bijzonder we zijn. Ik druk mijn sigaret uit en stem nog maar een keer mijn gitaar. Gewoon zijn is veel minder opzienbarend dan gewoon blijven.
'Beginnen jullie nog, of hoe zit 't?'
De zaaleigenaar steekt ongeduldig zijn hoofd om de hoek van de deur.
'Ik weet niet waar jullie nog op wachten, maar als ik de sleutel geef, doen jullie dan wel het licht uit als jullie klaar zijn?'
Hij grinnikt.
'Grapje, schiet nou maar op en doe een beetje je best. Doe het voor mij!' Hij knipoogt en steekt zijn duim omhoog. 'Voor mij en voor de mensen die wel gekomen zijn. En bewijs het ongelijk van de mensen die er vanavond niet zijn!'
Als we even later het podium betreden, klinkt er een voorzichtig applaus. Ik kijk de zaal in, toch nog zo'n vijfentwintig man, alles bij elkaar. Leo tikt in, de muziek doet de rest. Ik voel de basgitaar ronken onderin, de bekkens sissen langs mijn oren, de orkaan van gitaar waarop ik drijf, voert me onontkoombaar mee. Een gelukzalige warmte trekt door me heen. Nog een wereld te winnen, wacht maar.

Herinner me die avond zonder slaap
Met ingehouden adem hoorde ik
Het kloppen van haar hart
En ik wist het toen nog zeker
Dit duurt en duurt
En duurt en voor altijd

'Wat wil je er aan doen?'
We zwijgen. Wat valt er nog te doen? Van iedere single die we uitbrachten waren we keer op keer overtuigd dat het een hit zou worden. 'Naar De Top', 'Souvenir', 'Liever Blind', noem ze maar op.
En van elke single wisten we achteraf wat er fout was gegaan, en hoe we het de volgende keer zouden aanpakken. 'Nu Of Nooit', 'Achter Glas', 'Vanavond Voor Altijd'. Ze sneuvelden allemaal op de stoep van de omroepen. Het is om moedeloos van te worden. Ieder weekeinde spelen we voor een volle zaal, en door de week op de radio? Het blijft er doodstil.
Bij iedere nieuwe band die gelanceerd wordt door de platenmaatschappijen en omarmd door Hilversum, is er wel iemand die ons weet te verzekeren dat een band die zo snel stijgt ook net zo snel weer wegzakt. Wij weten inmiddels dat er dan gewoon een volgende band klaarstaat om gelanceerd en omarmd te worden. En wij weten inmiddels ook dat wij nooit die volgende band zullen zijn.
'Maar deze keer gaat het lukken, ik weet het zeker,' houdt onze manager de moed erin. 'Als het met deze single niet lukt, stop ik met dit vak!' We lachen zuinig en verkleden ons. We hebben dit, vrees ik, een keer te vaak gehoord. 'Geloof me jongens, dit wordt 'm!'
Niemand reageert, nog een paar minuten voor de show. De eerste try-out voor de tour die over twee weken beginnen gaat. De zaal is klein en warm. Na nog snel een laatste sigaret loop ik het podium op. De band blijft nog even achter in de coulissen. Mezelf op gitaar begeleidend, zet ik het openingsnummer in.
'Hij glittert in de spot, zwaait zijn heupen heen en weer, zijn hand glijdt door het laatste beetje haar..'
Als bij het eerste refrein de band invalt is de zaal meteen om. Het titelnummer van de nieuwe cd slaat in als een bom. Stel je eens voor dat er op zo'n moment iemand van de radio aanwezig zou zijn.
'Wat doe je nu?'
Midden in 'Nu Of Nooit' leg ik, met een voor de gelegenheid van Bruce Springsteen geleende bravoure, het optreden stil. Bob kijkt me verstoord aan. Eenmaal in zijn roes bestaat er voor hem niets erger dan er weer uit opgeschrikt te worden.
'Wacht maar,' stel ik hem gerust. 'Heel eventjes maar.'
Ook Leo en Theo kijken mij niet-begrijpend aan. Ik glinster van trots. We zijn er! Na jaren stug volhouden zijn we eindelijk waar we wezen willen. Het is de lange weg geweest, die we hebben afgelegd. Maar nu zijn we dan ook werkelijk gearriveerd. De realiteit viel zwaar, de eerste jaren in de band. Het leek zo eenvoudig. Je koopt een gitaar en een drumstel en knallen maar. We waren het er al snel over eens dat we een heel goede band wilden worden, dus dat was het probleem niet. Zo'n toffe band, met goede nummers en een geweldige live-reputatie, graag. Een ontnuchterende rondgang door de kelders van het clubcircuit verder wisten we dat er een lange adem voor nodig was om ook maar iets van onze droom waar te kunnen maken. En nu, tien jaar later is het zo ver. We staan op Pinkpop. Ik spring bij Leo het drumpodium op. 'Kom dan toch eens kijken,' roep ik Theo en Bob bij me. Met zijn vieren staan we even later op het drumpodium en kijken uit over de Pinkpopweide.
Veertigduizend mensen. 'Kijk dan. Veertigduizend mensen,' fluister ik. Bob, Leo en Theo knikken gelukzalig. 'Mannen,' zeg ik zo plechtig mogelijk in de microfoon, 'hier staan we dan. Pinkpop!' Het publiek juicht. 'Meer kan je in Nederland niet bereiken, dus geniet er maar van.'
Een moment is het stil, op het veld en op het drumpodium. Alsof iedereen doordrongen is van het gewicht van dit ogenblik. Dan gaat Leo zitten, tikt af en een oorverdovend 'Niemand Danst Alleen' bevestigt wat wij vanaf nu met z'n allen weten.

'Wat heb jij gisteravond in godsnaam gedaan?'
Woedend komt Bob de oefenruimte binnengelopen.
'Ha die Bob. Koffie?'
'Nee, ik wil eerst antwoord. Vanmorgen hebben al twee mensen aan me gevraagd wat er in godsnaam met de Kecks aan de hand is. Is het waar? Heb jij gisteren op televisie met een andere band Kecks-nummers staan spelen?'
'Eh, ja. Of nee, kijk, wacht even..'
Leo, die zich tot nu toe niet met het gesprek had bemoeid, kijkt op vanuit zijn krant. 'Wat zeg je nu?'
'Ja,' zucht ik, 'Om precies te zijn heb ik gisteren 'Het Feest Van De Gemiste Kansen' gezongen, maar ik kan..' Ik aarzel een moment. Waarom zou ik dit eigenlijk moeten uitleggen. Bob maakt van de korte pauze onmiddellijk gebruik
'Dat is toch belachelijk! Wat hadden we nou afgesproken?'
Bob komt dreigend dichterbij. 'Wij zijn toch zeker godverdomme jouw begeleidingsband niet!'
Dit soort gesprekken voeren we veel de laatste tijd. Te veel. Toen we met de band begonnen, was het doel helder als glas. We hadden niets, we wilden alles. Elke vorm van succes was in die dagen een stimulans om verder te gaan, naar de top. Het grote succes kwam, uiteindelijk toch nog onverwacht, maar bleek in vele gedaanten te komen. Uitverkochte zalen, lovende recensies, schitterende apparatuur, alles waarvan we ooit gedroomd hadden. Maar er was meer.
Op een slechte dag vonden we onszelf als playbackact terug in een of ander huisvrouwenprogramma en was het ons op slag duidelijk. Veel succes is net zo'n probleem als geen succes. Hoe het niet moet, weten we nu wel. Hoe het wél moet, daarover verschillen de meningen nogal. En het doel lijkt verder weg dan ooit.
'Nee, jullie zijn niet mijn begeleidingsband, maar ik ben wel de zanger.'
'Wat bedoel je daar nu weer mee?'
'Kijk, gisteravond was ik, zoals jullie weten, te gast bij Ischa Meijer. Ik ben al jaren fan van hem. Elke dinsdagmiddag luister ik naar zijn interviews en soms, als ik tijd heb ga ik er zelfs heen, naar Eik & Linde. En dan stel ik me soms voor dat ik daar aan tafel zit. En gisteren was het eindelijk zo ver.'
'En dan ga je met een andere band Kecks-liedjes zingen?'
'Wacht nou even,' ik word boos. Waarom snappen ze dit nu niet? 'Als Ischa Meijer vraagt of je een liedje wilt zingen, doe je dat toch?'
'Je kan toch ook nee zeggen?'
'Maar ik ben toch zeker een zanger, of niet soms?'
'Je bent de zanger van de Kecks. Anders ga je maar solo!'
'Maar als je daar staat, vlak voor de uitzending?'
'Van mij hoef je daar niet heen.'
'Maar we hebben toch een nieuwe plaat uit?'
'En binnenkort zeker weer de Vijf Uur Show?'
Ik zwijg. Iedereen zwijgt. In deze plotselinge stilte hoor ik het zoemen van de versterkers.
'Laten we de set maar doornemen, volgende week begint de tour,' doorbreekt Theo de stilte. Een stilte die niet bij een rockband hoort.

De wolken kwamen, ik zag ze niet
De regen viel, ik voelde het niet
En de kou trok omhoog vanuit het mistig, natte land
Het deerde me niet

'Gaan we nog iets doen?'
We zitten in de studio, als zo vaak de laatste tijd. Vroeger waren we bij uitstek een live-band. Het podium was onze wereld. De zone van de waarheid. Zonder vangnet, voor de ogen van het publiek, daar kwamen wij tot ons recht. Voor ons niet die geestdodende veiligheid van de geluidsstudio, waar je een gitaarsolo dertig keer opnieuw kan proberen. Dat was meer iets voor de muziekambtenarij. Nee, in de spotlights, daar gebeurde het. Pats, boem, in één keer goed. En direct afrekenen, alsjeblieft!
Het opnemen van een plaat betekende voor ons weinig meer dan een noodzakelijke, maar hinderlijke onderbreking van onze nimmer eindigende tour. Kort gezegd, je had livebands en je had kutbands, en wij waren een liveband. Pas jaren later ontdekten we dat de bravoure van het podium in de studio juist averechts werkt. Elke omgeving stelt zijn eigen wetten.
Sindsdien zijn de studio en wij vrienden. Aan onze laatste cd - ">tk" - hebben we misschien wel evenveel studiotijd besteed als aan alle voorgaande platen bij elkaar.
'Eh, ja. Vorige week belde de VPRO, of ik een tekst wilde schrijven. Over een jeugdherinnering.'
Ik pak de tekst uit mijn binnenzak en leg 'm op tafel. 'Ik heb alvast iets op papier gezet.' 'Mooi,' reageert Phil enthousiast nadat hij de tekst gelezen heeft, en pakt zijn gitaar. 'Ik hoor er wel iets Al Green-achtigs bij.'
Rob sluit zijn keyboard aan en speelt een melodie, 'die hij nog had liggen', op Fender Rhodes. Gerben drumt een stemmige paukenpartij, door Theo op bas melancholiek ondersteund.
Voorzichtig, zoekend nog naar de juiste toon, zing ik het refrein, 'Ren jongen ren, laat het achter je, ren je toekomst tegemoet, dus ren jongen, ren.' En er was niemand van ons die toen kon vermoeden, hoe dichtbij die toekomst was.

En geen weg meer terug en voor je niets dan duisternis
En ongewis wat er is voorbij het kruispunt
Verjaagd door vandaag de laatste schepen smeulen na
En niets van wat hier is houdt jou nog een dag langer hier

---

Tröckener Kecks, een beknopte chronologie
1980 Leo Kenter, Rick de Leeuw en Theo Vogelaars richten de Tröckener Kecks op
1983 Rob de Weerd komt als gitarist bij de band, Rick de Leeuw wordt de zanger
1985 De lp 'Betaalde Liefde' verschijnt, ook in België groeit de waardering gestaag
1989 Prijs voor bestbezochte band van het Nederlandse clubcircuit
1990 De single 'Met Hart En Ziel' bereikt de Top 40
1991 Tröckener Kecks spelen met o.a. Lenny Kravitz op Pinkpop
1994 Rob van Zandvoort treedt als toetsenist toe tot de Kecks
1995 Drummer Leo Kenter verlaat de band, Gerben Ibelings is zijn vervanger
1997 Gitarist Rob de Weerd verlaat de band, Phil Tilli komt in zijn plaats.
2000 Het album >tk verschijnt, door pers en publiek als beste cd uit de carrière beschouwd.
2001 in augustus maken de Kecks bekend aan het eind van 2001 te stoppen.

Leesvoer