OOR interview, februari 2000, door Hans van den Heuvel

De Tröckener Kecks
De Tröckener kecks hebben een goede plaat gemaakt. Ja, je leest het goed. Met >tk schudden de kecks de jeugdige onbezonnenheid van zich af en plaatsen ze zich in een klap ferm in het nieuwe millenium.

De eerste klap is nog altijd een daalder waard en goed begin blijft het halve werk. Alleen wil het met dat begin vandaag niet echt zo vlotten...'Ik heb gisteren zoveel gedronken dat ik alleen nog maar hoef aan te lengen,' zucht zanger Rick de Leeuw. We waren bij PIAS onze nieuwe platenmaatschappij om onze cd te halen en de videoclip te zien. Die is in Brussel gemaakt, door de jongens van Visual Kitchen. Ontzettend mooi. Dus in majeur stemming hebben we allerlei dingen gedronken.
Op punt van vertrekken hoorden we toen dat we op Radio 2 de paradeplaat zijn. Dus hebben we in blessuretijd de rest van het pand leeggezopen.'

Vandaag is alles anders. Vandaag valt zelfs een kop koffie niet zonder een glas water weg te spoelen. De Leeuw brult dan ook niet, hij fluistert. Toch moet de positieve ontvangst van de nieuwe cd de groep niet helemaal koud op het dak zijn komen vallen.
De Leeuw: Na elke plaat begin je met hoop, die slaat om in verwachting en daarna ga je je afvragen: Wanneer gebeurt het nou eigenlijk? Bij deze cd was de ambitie echter groter en zijn de nummers beter. 't Brandende verlangen om eindelijk eens een goede plaat te maken, hoor je er aan af. In het verleden wisten we niet hoe dat moest. Toen wilden we gewoon heel goede nummers schrijven. Maar een goed liedje goed opnemen, die vertaling konden we niet maken. Daar stond de studio als een voor ons vreemde omgeving tussen. Botte sukkel die ik ben, dacht ik altijd dat het aan de studio lag. Als je de overtuiging die je wel degelijk in je optreden, in je band en in je muziek zit niet in de cd's kunt krassen, word je daar heel arrogant van.
Dan denk je: Het ligt toch aan hen?. Want ik kan het toch? Ik ben toch goed?? Met een minachtend dedain maakte ik een onderscheid tussen echte artiesten en studiovolk. Wat je op het podium met zang en dans en een glimlach en enorm veel overtuiging kan bereiken, zijn evenwel precies de dingen die op cd niet overkomen. Je kunt wel een knipoog geven tijdens het zingen, maar alleen je stem telt. Je hele persoon moet daarin zitten. Je fysiek moet je wegdoen.'

Het omslagpunt kwam bij de vorige kecks-cd Dichterbij Dan Ooit, die geproduceerd werd door Attie Bauw. 'Attie heeft ons het licht doen zien. Hoeveel meer je met een studio kunt dan zoveel mogelijk repeteren, je liedjes spelen, mooie klank eroverheen en dat is het.' Naar het voorbeeld van Attie schafte Rick dan ook voor anderhalve ton aan ProTools-spullen aan en zette zijn eigen studio op, de SatisFactory. Al was het maar om met een lang levende frustratie af te rekenen:' Of ik zelf opnam of anderen produceerde, er zat altijd techniek tussen. Moest je een technicus vertellen: Ik wil meer van dit of dat. Dan begon zo'n man aan de knoppen te draaien en dan was dat 't niet. Op een gegeven moment klikte het wel, maar je wist nog steeds niet waarom 't ene wel werkte en het andere niet.
Ik wilde juist dat wel weten. Maar je gaat dat niet op een slechte mengtafel met een derderangs compressor uitproberen. En om voor je zelf de Bullet Sound af te huren, is nogal begrotelijk. Maar via ProTools heb je die optie voor een relatief bizar laag bedrag in huis.'
De plaat is geproduceerd door JB Meyers van Supersub. Je hebt het toch niet aangedurfd om het zelf te doen. 'Het is deontologisch onmogelijk om de verantwoordelijkheden zo te scheiden dat je de hele band beoordeelt, corrigeert, aanmoedigt, inspireert en opzweept als producer, terwijl je daarnaast ook je eigen rol als zanger moet waarmaken. Kan niet, je bent dan twee personen. Ik zie er ook het voordeel niet van. In het beste geval bewijs je dat je het kunt Maar wat heb je daaraan als iemand die zo ongelofelijk geinspireerd en muzikaal is als Jan-Bart zijn diensten aanbiedt? Dan heb je het niet goed voor elkaar, als je dat afwijst.

Voor daadwerkelijk met opnemen begonnen werd, week de band een paar keer uit naar Italië voor repetities. 'Elke dinsdagavond van acht tot tien....Nee, het aloude motto van Chris Spedding dat je van repeteren alleen maar heel goed leert repeteren, repeteren wij nooit.
Alleen als er iets geschreven moet worden, ga ik dat vochtige hok in. Dan kom ik met een tekst en probeert iedereen de dingen waar hij op dat moment mee bezig is in dat lied te stoppen. Wanneer je daarentegen met tien teksten begint, komt iedereen aan z'n trekken, kan iedereen zijn ding kwijt. En dan wordt het resultaat veel beter.
Dus gingen we naar Italië, waar we bij vrienden logeerden aan 't Lago Maggiore. Prachtig huis, uitzicht op 't meer. Echt ongelofelijk. Je schrijft graag teksten als dat de prijs is die je moet betalen om daarheen te mogen. Op twintig kilometer daarvan hebben andere vrienden een eenvoudige, maar bruikbare studio.
Daar maakten we elke dag muziek op een ander lied. Begonnen we om een uur of twaalf en om een uur of vijf was het lied af. In zwart-wit, in de grondverf. Daarna deden we boodschappen, kookten we eten voor onze vrienden en werd er meestal tot diep in de nacht geouwehoerd over de meest oninteressante dingen. En de volgende dag ging je verder op het niveau waarop je de vorige dag was gebleven.
Van de drie sessies die we daar deden, bleek steevast de nummers van de derde, vierde, vijfde en zesde dag hebben gebruikt. Dan pas kom je op een niveau waarop het aanwijsbaar beter wordt. En dat niveau bereik je nooit als je maar eens in de week repeteert.

'De laatste keer ging Jan-Bart mee naar Italië. Die zat dan meestal voor zichzelf te prutsen. En als wij op een gegeven moment een liedje klaar dachten te hebben, kwam Jan-Bart gapend binnen en zei: Ik vind 't helemaal niks. Ik ken die platen van jullie niet, maar volgens mij heb je dit lied al dertig keer geschreven. Ga maar terug. Terwijl je zelf denkt: Geweldig, zegt hij: 'k vind er geen moer aan. Gaat hij Für Elise spelen op een didgeridoo - die jongen pakt 's ochtends een instrument voor het eerst op en 's avonds kan hij erop spelen, dat is bizar gewoon - en dan denk je: Kut! En je begint opnieuw. Op een gegeven moment komt je op een punt dat hij zegt: Die ene zin vind ik wel mooi. En van daaruit ga je verder. Uiteindelijk maak je het allemaal zelf. Maar het moet door zijn filter.'
Je hebt je wel in allerhande bochten moeten wringen om bij hem... '....in het gevlei te komen. Maar zo ben ik zelf ook. Als ik zelf een plaat produceer, laat ik de zanger en de gitarist op bezoek komen en die moeten dan hun liedje spelen. Met drums en bas erbij klinkt het al snel lekker. Maar breng je het terug naar gitaar en zang, dan denk je: Dit gaat helemaal nergens over. Het rijmt maar voor de rest...
Liedjes worden vaak afgebroken door dingen die er helemaal niks mee te maken hebben. Als jij gisteravond met de vriendin van de gitarist hebt staan zoenen, zal je de volgende dag niet zeggen dat zijn akkoordenschema niet deugt. Je voelt je schuldig. Maar dat lied wordt er minder door. Als jij de hele avond met de pianist hebt staan zuipen en gezegd hebt: Jij bent eigenlijk de leukste gozer die ik ken, maar de volgende dag komt hij met een scharrig schema, dan noem je maar twee van de vijf dingen die je er slecht aan vindt. Maar die drie slecht dingen blijven wel de rest van je leven in dat lied zitten.
Tenzij je iemand hebt die zegt: Ik vind het helemaal niks. Een liedje schrijven kun je op een gegeven moment. Vroeger eindigde het daar. Nu begint het ermee. Als je een nummer hebt , moet het ook nog eens goed worden uitgevoerd. Ook na tien keer moet het nog verassen. In het arrangement moet een soort gelaagdheid zitten waardoor mensen die meer dan oppervlakkig luisteren daar bevrediging uit kunnen putten. Dat maakt dat je er langer en harder aan moet werken, zozeer dat je je daar helemaal in kunt verliezen.
Ik denk dat ik nu aan het begin sta van iets. Langzamerhand begint het groteske vormen aan te nemen voor iemand die al twintig jaar in een band zit. Dat je nog steeds denkt: Dit is de eerste keer dat we een echte plaat gemaakt hebben. Nu begint 't. Nu kan ik altijd door. Nieuwe horizon. Mannen, we knallen erin.'

Helemaal zonder groeistuipen is die ontwikkeling niet gegaan. Zo hebben de afgelopen jaren drummer Leo Kenter en gitarist Rob de Weerd hun plaatsen afgestaan aan Gerben Ibelings en Phillip Tilli en opereert de groep een aantal jaren met een toetsenman, Rob van Zandvoort.
'Toen Leo ermee ophield, dacht ik dat dat het einde van de Kecks was,' bekent De Leeuw. 'Ik weigerde te accepteren dat je de band uit kunt. Dat weiger ik eigenlijk nog steeds. Ik ben als Keck geboren, was me daar de eerste twintig jaar van mijn leven niet van bewust. Ik dacht dat dat ook voor Leo gold.
Onze band is sowieso altijd eer padvinderij geweest dan de muziekschool. Zoiets als hutten bouwen op woensdagmiddag. Dat doe je met mensen die je daar zelf voor hebt uitgekozen hebt. Omdat je dat met z'n allen het leukste vind. En als iemand het niet langer leuk vindt, denk je: He? Wat is er nou leuker dan hutten bouwen op woensdagmiddag?
Ik vind dat nog steeds het leukste. Dan laten we in het midden of ik voor iets anders geschikt zou zijn. Ik zie mezelf niet makelaar worden. Of de IT ingaan.'
Jullie nieuwe single, gaat over deze thematiek?
'Ja, ik denk het wel. Alleen als ze zich zo gedragen als de hoofdpersoon hoeven ze bij mij 's nachts niet aan te kloppen. De hoofdpersoon van 'Niemand Thuis' is iemand die zichzelf wel oké vindt. Maar als je hem tegenkomt, denk je: Laat maar lullen. Het is niet voor niks , dat ze bij de hoofdpersoon weg blijven.... Ik vind 't boeiend om zo te schrijven . Als je in het Nederlands zingt, is er een soort afspraak met het publiek: de zanger van het liedje is een toffe gast. Ik probeer daar spanning in te brengen door bewust vanuit andere perspectieven te schrijven. Als je gaat wrikken in die identificatie met de hoofdpersoon krijgen liedjes een soort spanning. Ze ontsporen. En worden daardoor gelijk een stuk leuker.'

Pers