Recencie uit de NRC van 29-12-2001, door Jan Vollaard.

Bassist buigt het hoofd bij afscheidsconcert De Kecks
De Tröckener Kecks nemen de heldhaftige stap om er na ruim twintig jaar mee op te houden. In zekere zin nemen ze afscheid op het hoogtepunt. Hoewel de Amsterdamse rockgroep nooit het succes van andere Nederlandstalige groepen als Doe Maar of De Dijk heeft mogen proeven, ging het hen met de laatstverschenen cd TK zowel artistiek als zakelijk voor de wind.

De punkgroep die plaatjes in eigen beheer uitbracht en die op de terugweg van concerten altijd even moest stoppen bij de Heinekenbrouwerij om de muur te kussen, ontwikkelde zich tot een instituut in het Nederlandse club- en festivalcircuit; een rondje om de kerk waar ze door het uitblijven van hitsingles moeilijk uit kwamen. Zanger Rick de Leeuw schreef een boek en lonkt naar het theater, terwijl bassist van het eerste uur Theo Vogelaars nog wel twintig jaar op dezelfde voet had willen doorgaan.
Vogelaars leek in diepe rouw te verkeren, toen 'De Kecks' op kerstavond voor het laatst in een vol Paradiso aantraden. Dieper dan ooit boog hij zijn hoofd over de basgitaar en zijn gebruikelijke, uitbundig geschreeuwde aankondigingen bleven uit. Zijn rol als het soms wat al te rechtlijnige punk-geweten van de band werd beloond met een spreekkoor: ,,Theo, Theo, Theo'' galmde het uit de kelen van honderden Kecks-fans.
Meer dan een historisch overzicht van oud en nieuw repertoire werd het een thema-avond, waarbij de songteksten het verhaal van de ambities en de teloorgang van een rockband leken te vertellen. ,,Roemloos einde van een reis'', begon De Leeuw zijn raamverteling in Niemand thuis. ,,Doe alles wat je doet met hart en ziel'', vervolgde hij, om via Nu of nooit en het Feest van de gemiste kansen te besluiten met We moesten maar eens gaan.
De Leeuws ambities strekken duidelijk verder dan het afraffelen van oude punkliedjes. In de laatste, verjongde bezetting van de Tröckener Kecks is de elektrische gitaar naar het tweede plan verdrongen en draait het om grote emoties, die zich niet zo makkelijk meer laten kleuren door Ramones-achtig basspel en rammelende drums.
Met het sarcastische Souvenir en het indringende spookverhaal Achter glas als enige concessies aan het oude repertoire, was de overheersende boodschap van dit afscheidsconcert dat achteruitkijken geen zin heeft. Jammer, want de verzamelde fans hadden best nog één keer Kom terug, Rosa of Niet alle meisjes zijn verliefd op Kors willen horen. Bij het recente repertoire werd de schitterende tekstregel ,,Je wees me de sterren / ik zag alleen je hand'' uit Veel te veel water teniet gedaan door een schreeuwnummer met het gekunstelde refrein ,,Zou je niettegenstaande de recente gebeurtenissen toch nog een verblijf op amoureus gebied in overweging willen nemen alsjeblieft'', geïnspireerd door de liefdespoëzie van het belastingformulier.
De Tröckener Kecks staan onuitwisbaar in het geheugen gegrift van al diegenen die hun ontwikkeling van jonge punkhonden tot theatrale toetsenrockers mochten meemaken. Of Rick de Leeuw het met zijn geforceerde zangstijl als solist gaat redden is een tweede. Voor de broodnodige verandering heeft hij groot gelijk om het over een andere boeg te gooien. Na een laatste optreden, zondag in het Leids Vrijetijds Centrum, verdienen de Tröckener Kecks niets minder dan eeuwige roem voor hun verdienste bij het levend houden van de Nederlandse rock en roll.

Concert: Tröckener Kecks. Gehoord: 24/12 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 29/12 IJsbreker, Leusden, 30/12 LVC, Leiden.

Leesvoer