Recensie uit Noordhollands Dagblad van het concert in het Witte Theater IJmuiden 2001, door Michèl Vermeer.

Tröckener Kecks houden het na 21 jaar voor gezien

De Definitieve Stap Naar Volwassenheid
Voor de Tröckener Kecks valt eind december definitief het doek. De band vindt het na 21 jaar welletjes. Wat resteert is een afscheidstournee, die dit weekeinde langs het Witte Theater in IJmuiden voerde. Michèl Vermeer volgt de band al vanaf het begin en was er ook in IJmuiden bij. Voor hem betekent het stoppen van de Kecks méér dan alleen het einde van een bandje: ,,Het is het einde van mijn jeugd en de definitieve stap naar volwassenheid.'' Dit is zijn verhaal.

IJMUIDEN - De Tröckener Kecks. Bij lange na niet de beste Nederlandstalige band ooit, maar met 'Eén op één miljoen' wèl tekenend voor het beste Nederlandstalige album aller tijden. De laatste twintig jaar passeren ze - gewild en ongewild - telkens mijn weg. Ik kom ze tegen als tiener en neopunkertje in Amsterdam, als twintiger maak ik ze mee tijdens mijn studietijd in Tilburg en als gesettelde dertiger zie ik ze in de IJmond. De loopbaan van de band lijkt een zelfde pad te bewandelen. Van provocerend punkbandje tot energieke rockgroep, eindigend als geroutineerde podiumact.

Amsterdam, begin jaren tachtig: Mijn kennismaking met de Tröckener Kecks. Op het Scheldeplein, voor krakersbolwerk De Wielingen, staat op het podium een beginnend punkbandje. Hoewel dat met een openluchtconcert niet mogelijk is, spelen ze 'de pannen van het dak'. Publiek en muzikanten voelen elkaar prima aan. Tijdens het spelen van de punkklassieker 'Heineken Bier' ('Wat geeft me nog plezier? Heineken Bier! Heineken Bier!) worden volle blikjes naar het podium gegooid. Daar worden ze door de groepsleden opgevangen en - na het nemen van een ferme slok - weer net zo hard teruggesmeten. Wie geraakt wordt, voelt zich vereerd.

IJmuiden, november 2001: In het Witte Theater maakt het publiek zich op voor één van de laatste concerten. Wat opvalt is de grote hoeveelheid dertigers. Getooid in inmiddels te kleine T-shirts met Kecks-logo. Die shirts geven een aardig overzicht van de uitgebrachte albums. Hoe ouder de vermelde elpee of cd, des te strakker het shirt over de buik van de betrokkene. Hier staat een generatie Kecks-fans die met beide handen de kans aangrijpt om de band nog eens live aan het werk te zien.

Amsterdam, jaren tachtig: De eerste elpee uitgebracht in eigen beheer: 'Schliessbaum'. Op de hoes boort een lullig modeltreintje zich in een speelgoedwagentje, voor mij verwijzend naar het liedje 'Zij was een slagboom (ahob)'. Niets doet hier vermoeden dat het om een keihard punkalbum gaat met vooral humoristische en absurde teksten ('Zeeuws meisje is dood, voortaan eet ik droog brood'). Het is de eerste van de vele punkalbums die ik aanschaf. De elpee wordt nooit op cd uitgebracht en is inmiddels - zeker onder Kecks-fans die later aanschoven - een waar collecters-item geworden.

IJmuiden, november 2001: Op het podium doen vijf mannen hun uiterste best om het publiek te plezieren: Rick de Leeuw (zang), Theo Vogelaars (bas), Gerben Ibelings (drums), Phil Tilli (gitaar) en Rob van Zandvoort (toetsen). Die laatste drie vervangen eind jaren negentig drummer Leo Kenter en gitarist Rob de Weerd. Muzikaal is er niets op het trio aan te merken, maar voor de fans van het eerste uur, zoals ik, is de magie weg. Voor mij bestaat de Kecks uit De Leeuw, Kenter, Vogelaars en De Weerd. Het viertal dat tekende voor fraaie albums als 'Betaalde liefde' en 'De Jacht'. Nu is het net alsof ik kijk naar The Beatles met alleen Paul McCartney en Ringo Starr, aangevuld met drie anderen. Het is niet slecht, maar er ontbreekt iets essentieels.

Tilburg, 1987: De Kecks brengen met 'Eén op één miljoen' hun meesterwerk uit. Het album bevat dermate herkenbare teksten, dat ik ze zelf had kunnen schrijven. De elpee ligt vele malen op mijn pick-up in mijn studentenkamertje. Vooral 's nachts als ik thuiskom als het personage uit 'Dag en Nacht': 'Ik ben moe en ik ben dronken, weinig slaap en te veel bier'. Verkerend in een prettige roes, het hoofd verborgen in wolken rook, blijkt het de ideale plaat om voluit mee te zingen. Huisgenoten denken daar heel anders over.

IJmuiden, november 2001: Voor het podium staan door bier, zweet en anderszins kletsnatte meisjes. Ze kijken adorerend naar De Leeuw. Al flirtend vechten ze om aandacht. Mij bekruipt het angstige gevoel dat ze nog niet eens geboren waren, toen ik vroeger in Amsterdam al schreeuwde om een toegift. In mijn hoofd hoor ik Peter Koelewijn zingen: 'Je wordt ouder papa, geef het maar toe'. Het ritueel is na afloop nog hetzelfde als toen. Ook nu zingt het publiek: 'Nee, nee, nee, nee, nee, nee, niet naar huis toe'. De laatste regels van 'Tango aan Zee', ook al zo'n Kecks-klassieker. Het aanhoudend gezang, blijkt uiteindelijk tevergeefs.

Tilburg, eind jaren tachtig: Na het optreden in Noorderlicht laat ik mijn nieuwe Kecks-T-shirt tekenen door de bandleden. 'No sleep 'Til-burg' staat er. Verwijzend naar de hit 'No sleep 'till Brooklyn' van de Beasty Boys. ´s Nachts thuisgekomen denk ik aan het meisje dat sinds kort niet meer mijn meisje is. Ik durf haar niet te bellen, wel te schrijven. Zo'n 36 handgeschreven A4'tjes gaan bij het krieken van de ochtend in een enveloppe. Ze worden echter nooit verstuurd. ,,Als ik ´s ochtends opsta ben ik wazig en verdoofd, denk aan gisteravond, spijt bonkt in mijn hoofd, ik lees wat ik geschreven heb, er trekt schaamte door me heen, en dan gooi ik het lachend weg, terwijl ik alles meen', zo wisten de Kecks al eerder te melden. Met mij en dat vriendinnetje komt het nooit meer goed. Op mijn vraag wat er van haar geworden is, krijg ik jaren later antwoord. Ik zie haar op televisie haar eigen jongeren- en kookprogramma presenteren. ,,De jacht is mooier dan de vangst'', zingen de Kecks. Niet altijd, bedenk ik me ter plekke. Ik vraag me af of ik die brief destijds toch niet had moeten versturen.

IJmuiden, november 2001: Kijkend naar de Kecks, begrijp ik waarom ik de laatste jaren nog zelden naar concerten ben geweest. Het is net even te geroutineerd, net even te gelikt. Ik mis de scherpte, het humoristische en provocerende dat de band in de beginjaren kenmerkte. Toch word ik omring door honderden mensen die het wel leuk vinden. De Leeuw zingt: 'In geen tijden zo genoten als vandaag'. De massa juicht en zingt mee. Ik denk slechts: ,,Mwaaah, dat valt wel mee.''

Heemskerk, begin jaren negentig: Na Tilburg ben ik de Kecks ietwat uit het oog verloren. In Heemskerk duiken ze weer op. Ik kom veel in Donkey Shot, waar de Kecks blijken te repeteren voordat ze in de studio een nieuw album opnemen. Ze treden er op en spelen mee op het jaarlijkse Donkey-voetbaltoernooi.

IJmuiden, november 2001: In IJmuiden geniet een behoorlijke afvaardiging Donkey-gangers die het Noordzeekanaal is overgestoken, van het concert. Bij mij overheersen gemengde gevoelens. Aan de ene kant vind ik het jammer dat de Kecks ermee stoppen. Aan de andere kant, na zo'n optreden als vanavond, heb ik er geen enkele moeite mee. Misschien is de band wel te lang doorgegaan, maar zo'n afscheidstournee is toch wel weer sympathiek. Je biedt fans de kans om nog eenmaal te komen kijken. Echt afscheid nemen. Niet door de achterdeur af. De band werkt zich in het zweet en probeert er het beste van te maken, maar in tegenstelling tot al die anderen, word ik niet geraakt. De magie is weg, de betovering verbroken. Ik heb het gevoel dat ik deze avond mijn jeugd definitief heb afgesloten en mijn eerste stap op weg naar volwassenheid heb gezet.

Leesvoer