Recensie van het concert in Hof Ter Lo Antwerpen, uit De Morgen door Bart Steenhaut, uitgewerkt door Jo(ke).

Met Hart en Ziel
Op tijd kunnen stoppen. Het is een kunst die niet alleen roekeloze chauffeurs maar moeizaam onder de knie krijgen, ook muzikanten hebben er vaak last mee. Veel rockgroepen weigeren in te zien dat ze allang over hun hoogtepunt heen zijn en verworden op die manier tot een parodie van zichzelf. Zover hebben de Tröckener Kecks het niet laten komen. Het Amsterdamse vijftal verraste vorig jaar vriend en vijand met >tk, een cd die algemeen (h)erkend werd als het meesterwerk van de groep en die plaat is inmiddels ook haar testament geworden. Momenteel werken de Kecks hun laatste tournee af en vrijdagavond namen ze in het Antwerpse Hof ter Lo afscheid van het Belgische publiek.

Een blinde had kunnen voorzien dat het een speciaal optreden zou worden en de zaal was bijgevolg helemaal volgelopen met fans die Rick De Leeuw en zijn vrienden nog een laatste keer tot het uiterste wilden zien gaan. Dat het scheiden der wegen behoorlijk zwaar viel, kon je voor het optreden al merken aan de bar, waar herinneringen werden opgehaald aan twee decennia Tröckener Kecks. Daaruit bleek meer dan eens dat de groep zich in het leven van heel wat Vlaamse dertigers had genesteld. De ene had "Nu of Nooit" als openingsdans op zijn huwelijk gebruikt, een andere had zijn echtscheiding verwerkt door maanden aan een stuk naar het melancholische "Ver Van Huis" te luisteren. Die anekdotes illustreren dat de groep erin geslaagd is om middels eenvoudige liedjes over vroeger, voetbal en vrouwen toch een wezenlijk verschil te maken.

In de wereld van de rock'n roll sterven echte helden staande en dus werd er gedanst op het eigen graf. Rick De Leeuw stond met fonkelende ogen op het podium en zong met de drive van iemand die twintig jaar jonger was. Ook bassist Theo Vogelaars leek aangedreven door een setje Duracell-batterijen. Meteen het beste bewijs dat het podium een plek is waar leeftijd geen vat op heeft. "Nu of Nooit" bruiste als Spa rood, "Met Hart en Ziel" legde in eenvoudige bewoordingen uit waarom de liefde voor muziek een ziekte is waar je nooit meer van geneest en "Zou je niettegenstaande de recente gebeurtenissen toch nog een verblijf op amoureus gebied in overweging willen nemen asjeblieft" illustreerde dat Rick De Leeuw zich na het vertrek van tekstschrijver Leo Kenter als een begaafd vervanger had opgeworpen.

Van enige animositeit tussen de groepsleden was overigens geen sprake: ze trokken aan hetzelfde zeel, speelden met een aanstekelijke bevlogenheid en vielen elkaar na afloop ook uitgebreid in de armen. Hoogtepunten aanhalen zou algauw tot een saaie opsomming leiden, maar een paar nummers verdienen toch een speciale vermelding. "Ik denk nooit meer aan jou" ontpopte zich als het Nederlandse antwoord op "I'm in Love" van 10CC, terwijl het in melancholie gedrenkte "In Tranen" moeiteloos de prijs wegkaapte voor de meest ontroerende passage. Door de jaren heen hebben de Kecks immers niet alleen rauwe rocksongs als "De Jacht" en "Een dag zo mooi" bedacht, ook hun ballads raakten vaak de juiste snaar. Er was uiteindelijk nog een bisronde van dik drie kwartier nodig om het afscheid een beetje lichter te maken, maar zelfs na "Vanavond voor Altijd" en "Ren jongen ren" hadden ze rustig nog een nacht door mogen gaan, kwestie van het onvermijdelijke einde nog even uit te stellen.

Eigenlijk heeft de groep de functie vervuld die de homo erectus had bij de evolutie van de mens: niet feilloos, niet perfect, maar wél een cruciale schakel in het licht van wat nog komen zou. En met een duidelijke voorsprong op alles wat eraan vooraf was gegaan.

Leesvoer