Interview uit de de Metro van 20 december, door Erik Jonk.

Nog vijf keer het snot voor de ogen
Amsterdam - Het linkerbeen naar voren, de rug gekromd. Vaak gehuld in wielrenshirt (de witte met zwarte blokjes van de Peugeotploeg is favoriet) en bassend met één handschoen. Met verbeten gezicht zingt hij de teksten mee, zonder microfoon. Hij, fan van bergetappes in de Tour de France, speelt met regelmaat het snot voor zijn ogen. "Maar ik herstel snel." Bassist Theo Vogelaars (41), staat na 21 jaar en zo’n 1650 optredens, aan de vooravond van de laatste week van popgroep de Tröckener Kecks. Op het moment van schrijven - 20 december - zijn er tot de laatste zondag van het jaar nog vijf optredens te gaan. Dat na een indrukwekkende dertig concerten durende afscheidstournee. Theo Vogelaars, behalve bassist, de man van de Kecksshirtjes en de Kecksbaretten.

Een Nederlandstalige punkgroep, werden zij in 1980 nog genoemd. De Tröckener Kecks, toen met de huidige zanger Rick de Leeuw als gitarist, zette zich echter niet af tegen politieke onderwerpen. "Nee, we konden gewoon nog niet goed ‘speule’, waren jong en wild", zegt de in Roosendaal geboren Theo Vogelaars. Speule en subiet zijn de enige Brabantse woorden die hij in 1978 meenam naar Amsterdam. Daar woont hij al weer jaren in een authentieke hoofdstedelijke bovenwoning, drie hoog. Klein. Voor de deur opengaat aangeduid met het bekende: ‘Let niet op de rommel’. De muzikant: "Laatst kwam Thé (Lau, zanger van The Scene, red.) mosselen eten. Zegt hij: je leeft nog steeds als een student man. Maar het maakt me niet uit. Ik woon nu samen, maar persoonlijk heb ik aan een bed, een computer en een stereo genoeg. Hier heb ik altijd heel goed mezelf kunnen zijn."

Baretten met een speldje

De Kecks zouden uitgroeien tot een energieke live-act in het Nederlandse clubcircuit, met als in het oog springend hoogtepunt een Pinkpopoptreden in 1991. Honderden rode Kecksbaretten (met speldje) sierden de koppen van het festivalpubliek. "Ik had het gevoel dat onze fans trots waren dat wij destijds op Pinkpop stonden", zegt Vogelaars. "Ik heb ook altijd gehoopt dat fans het gevoel hadden dat de Tröckener Kecks ‘hun’ bandje was." Slechts eenmaal trok een single daadwerkelijk de aandacht van Radio 3. Drie weken lang ‘hing’ het nummer ‘Hart en Ziel’ ergens in de top 40, maar het lied was op dat moment wel het vaakst gedraaide nummer op de Nederlandse radio. "Best vreemd eigenlijk", zegt Vogelaars. "Veel mensen kennen Tröckener Kecks niet. Maar als je zegt dat wij die gasten zijn van ‘hij doet het 1 voor het geld, 2 voor de show en 3 voor het publiek’, dan is er gelijk herkenning. Wat dat betreft is dat lied uiteindelijk beroemder geworden dan wij." Later trok de groep nog de aandacht met ‘Het komt nooit meer goed’, als tune bij een televisieserie rond Rijk de Gooijer. Maar verder - wars van playbacken op televisie en optredens in vage tv-shows - ging het om optreden. Met heel veel energie. Kortom, het land in, daar waar de fans zijn.

Vogelaars wat was dat betreft het meest bereikbare Keckslid voor het publiek. Veertien jaar lang reed hij in zijn eentje naar optredens om persoonlijk de merchandising te regelen. "Vijf- tot tienduizend Kecksbaretten moet ik hebben verkocht. Degene die het begin jaren tachtig nog deed kon een keer niet. Ik heb dat toen als invaller overgenomen, hoewel onze merchandising toen niet meer dan uit een plastic zak met wat spulletjes bestond. Ik ben er in blijven hangen en niet zomaar. Ik bedenk t-shirts, ik regel alles. Ik zie het nu als mijn aandeel in de Kecks, zoals het aandeel van de vorige drummer Leo Kenter altijd het schrijven van teksten was. Natuurlijk zijn de optredens het belangrijkste, maar dit is ook prachtig. Ik heb zoveel contact met de fans. Rob de Weerd (voormalig gitarist) kwam één keer naar me toe met de vraag ‘of ik godverdomme nou muzikant was of shirtjesverkoper’. Die ene keer heb ik shirtjesverkoper geantwoord. Het meerijden met de bandauto heb ik maar heel even gemist. Ik vond de vrijheid die ik verwierf belangrijker. Als ik na een optreden naar de kroeg wilde en een hotel wilde pakken, dan kon dat." Net zo simpel als de merchandising begon, begon ook het tijdperk Tröckener Kecks. Rick de Leeuw en Leo Kenter zaten volgens Vogelaars op een kamer en bedachten spontaan: we gaan een band beginnen. "Ze belden mij of ik wilde meedoen. Ik had als enige voorwaarde dat het Nederlandstalig moest zijn, dat was akkoord. Ik ben op mijn fiets gestapt en nog diezelfde avond naar ze toe gereden. Het rare was dat we ons vervolgens afvroegen wat we nou eigenlijk konden. Het antwoord was gemakkelijk: helemaal niets. We zijn toen Nederlandse teksten gaan maken op Engelse nummers. En maar spelen...Dat ik bassist werd lag aan mijn eerste bandje in Roosendaal. Daar vroegen drie jongens mij en zij hadden twee gitaren en een drumstel. Ik moest dus zingen en bassen."

Moeder werd woest

De eerste die in Roosendaal met de liefhebberij voor de punk (Stranglers, Ramones!) bekend raakte, wat moeder Vogelaars. Ze nam het haar zoon niet in dank af. Niet zozeer om het feit dat hij de plaatjes draaide die hij zo bewonderde, nee. Theo kon als tiener op zijn slaapkamer al pogoënd volledig uit zijn dak gaan. Moeder was regelmatig woest. "Onder de middag kwam ik om 12 uur uit school. Dan at ik in een kwartier mijn brood op om nog zo lang mogelijk muziek te luisteren voordat de school weer begon. Na de lessen spurtte ik naar huis om weer te luisteren. Ja alleen ja, er was niemand die de muziek ook mooi vond." Theo Vogelaars had met de Engelse muziek wel een probleem. Hij begreep de zangers niet als die ontzettend hun best op teksten hadden gedaan. "Dan ontgaat je toch bepaalde dingen. Ik heb toen besloten dat je als muzikant in Nederland mensen pas echt goed kunt raken als je in hun eigen taal zingt. Bij mij hebben De Raggende Manne dat bereikt, maar ook The Scene. Sommige nummers van De Dijk vind ik geweldig, net als Belgische groepen als Gorki, De Mens en Noordkaap. Op dit moment is Rivier van The Scene mijn favoriet. Qua weelde en rijkdom is er geen enkel Engels nummer dat mij zo kan raken. Daarom is Nederlandstalig ook mijn uitgangspunt geworden. Hoe het op dit moment met de Nederpop gesteld is, weet ik niet. Ik heb het veel te druk met het afscheid van de Kecks. In januari ga ik maar weer eens op Noorderslag kijken." Hoewel nu druk, Vogelaars vindt zichzelf een mazzelaar. "Ik heb al 21 jaar het gevoel dat ik niet werk. In het weekend moet ik er staan en dan sta ik er ook. Sommige mensen zouden daar niet tegen kunnen. Vrienden werken als jij vrij bent. Maar ik vind dit een voorrecht. Nooit werken - voor mijn gevoel dan - dat wil ik graag zo houden. Tja, eigenlijk weet ik helemaal niet hoe de gewone wereld eruit ziet. Toen ik in de Kecks stapte was ik twintig jaar. Een normale baan heb ik dan ook nooit gehad." Het aparte leventje van Theo Vogelaars is eenmalig bezongen. De punkgroep Bep schreef een nummer over hem. "Ik ken die jongens helemaal niet, maar toen zij in Winston hier in Amsterdam kwamen optreden, besloot ik uit nieuwsgierigheid toch te gaan kijken. Op het laatste moment besloot ik niet te gaan. Doodsbang dat ze me vanaf het podium zouden herkennen en zouden gaan roepen: ‘Dit lied gaat over hem!’ Nee, dat is helemaal niets voor mij. Ik ben altijd al wat nonchalant en rustig, behalve als het over muziek gaat. Mensen die mij alleen van een of andere verjaardag kenden en mij later op het podium zagen staan, wisten dan ook niet wat ze zagen." Balen van de Belgen

Van de 1650 optredens ging de bassist 1649 keer voor ‘tweehonderd procent’ gemotiveerd de bühne op. Slechts één keer baalde hij ongekend. "Tijdens het WK’94 speelden wij op een Belgisch festival terwijl Oranje tegelijkertijd tegen Brazilië voetbalde, verschrikkelijk. K’s Choice wilde niet met ons ruilen, terwijl België al was uitgeschakeld. Die goal van Branco heb ik gewoon niet live gezien. Alles was goed die dag. Eerder optreden, later optreden, maar niet op dát tijdstip..." Zoveel samen optreden heeft er mogelijk toe bijgedragen dat er een afscheidstournee ‘Meer niet’ ontstond. Theo Vogelaars kent geen voorbeelden van bands die ook zo uitgebreid afscheid namen. Waarom de Kecks wel, hij - het bandlid dat als enige wel met de groep wilde doorgaan - weet het niet zo goed te verwoorden. "Het was emotioneel heel zwaar. We hadden het kunnen afdoen met één afscheidsconcert. We hadden ook kunnen zeggen: dit was het dan. Maar vooral zakelijk was alles voor het eerste optredens van de tour geregeld. Dus we konden er voor gaan." Nu dan nog vijf keer een ‘intens afscheidsconcert’, zoals de bassist het noemt. Dit weekend trekken Theo Vogelaars, Rick de Leeuw, Rob van Zandvoort, Gerben Ibelings en Phillip Tilli naar Apeldoorn en Waalwijk, maandag naar Paradiso Amsterdam en volgend weekend richting Leusden en LVC Leiden. Dan gaat Vogelaars bekijken of hij een volgende band (‘weer nederpop!’) begint. Nog vijf keer het snot voor de ogen. Nog vijf keer ‘Theo Theo Theo!’, luidkeels uit de monden van de fans. Beukend op zijn bas. Het gezicht verbeten. Het linkerbeen naar voren. De rug gekromd...

Leesvoer