Interview met Rick de Leeuw en Huub van der Lubbe, door Paul Evers, OOR maart 1989

LUBBE VERSUS LEEUW
Huub van der Lubbe & Rick de Leeuw. Leeftijden: 35-28. Overeenkomsten: beiden zangers/leiders van Nederlandstalige groepen. Beide groepen, Dijk en Kecks, bestaan nu acht jaar. Beide groepen brengen opnieuw kort na elkaar plaatwerk uit. Beide heren timmeren hard en zonder omwegen aan de weg, niet zonder succes. "We zullen de rest van ons leven wel broertjes blijven." Verschillen? Een oer-Hollands tweegesprek.

LEEUW: "Alle mensen die in Nederland in de popmuziek zitten, zijn al zo vriendelijk. Maar die van De Dijk zijn nog effe wat vriendelijker. Het is echt opvallend dat de hele popscene hier zo aardig is. Vroeger beconcurreerde een groep uit Amsterdam een groep uit Den Haag. Er was altijd veel kinnesinne. Maar dat hoor je helemaal niet meer. Wat dat betreft zijn de koppen wat meer bij elkaar gestoken. Het is nu meer dat je met z'n allen voor hetzelfde werkt. Ik zie De Dijk ook helemaal niet als concurrentie. Het is heel goed dat ze een hoop platen verkopen en voor uitverkochte zalen staan. Dat is belangrijk in het jongerencircuit, daar profiteren wij van mee. En het heeft een positieve uitwerking op de muziek. Zoveel nieuwe bands zijn zoveel hechter geworden... Niemand zit elkaar in de weg. Dat geldt ook voor Fatal Flowers, Claw Boys Claw, Nits. Het zijn allemaal fijne collega's. Klinkt wel stom, hè?"

LUBBE: "Het inspireert elkaar, meer in de zin dat het je ook opjut. Ik denk dan: nieuwe Kecks-LP. En een maand later die van ons. Nou, dan moet die nog beter zijn."

LEEUW: "Jullie zullen wel meer tijd hebben om op te nemen, hè?"

LUBBE: "Een maand."

LEEUW: "Wij vijftien dagen, inclusief mixen."

LUBBE: "Nou vind ik dat ook wel kloppen bij de verschillen in de muziek. Ik vind dat van ons al behoorlijk ongecompliceerd klinken, maar dat gaat in extreme mate voor jullie op. Ook die hele merchandising van de Kecks eromheen, dat is iets waar je jaloers op kunt zijn. En die fanclubblaadjes. Maar jullie hebben Theo (Kecks-bassist). Als je geen Theo hebt moet je er niet aan beginnen. Die vindt dat helemaal te gek. Bij ons zou je daar niemand voor krijgen. Dat vinden wij allemaal vreselijk. Fanclubblaadjes, daar moeten wij ook niets van hebben."

LEEUW: "De ene fanclub is de andere niet. Er komen wel eens mensen die vragen: waarom heeft De Dijk geen fanclub? Zijn ze daar te serieus voor?"

LUBBE: "Misschien... Wij zijn ook geen tienerbandje. Ik kan niet warm lopen voor die fanclubblaadjes. Ik vind die spirit hartstikke goed, hoor, maar die kunnen wij op dat gebied niet opbrengen. Die stoppen wij in de muziek."

LEEUW: "Wij doen maar wat. Dat is het lekkerste. Je zit niet alleen in een band om een bepaald idee te vervolmaken. Je zit vooral in een band om te kijken of je het leuk vindt wat er op je weg komt. En vind je het leuk, dan moet je het doen. We hebben verder geen doel. Het is vooral een aardige manier om vijftig te worden."

LUBBE: "Nee, binnenlopen is het niet. En echt veel aanzien krijg je er ook niet door."

LEEUW: "Ik begrijp ook niet dat wij soms als zo bewust alternatief worden gezien. Ik heb totaal niet het idee dat wij alternatief of baanbrekend zouden zijn. Ik voel mijzelf in een bijzonder klassieke vorm van popgroep zitten, à la The Who en The Kinks. Alleen: tegenwoordig wordt dat gek gevonden. Er heerst tegenwoordig zo'n beeld van een popgroep wat zover afstaat van wat ik mooi vind van een groep. Dat is: overal waar je speelt proberen te overtuigen. Dat lijkt wel helemaal niet zo te zijn in de grote-mensen-wereld. Ik hoorde dat Tanita Tikaram op Pinkpop staat. Dat vind ik nou een goeie grap. Pinkpop is de beloning van een carrière, vind ik. En de eerste de beste janboerenlul als Rick Astley staat in de Ahoy'. Dat is blijkbaar gewoon. Terwijl ik er zo eentje ben van de lange weg. Het is iets wat je verdient. Het moet langzaam groeien. Je moet het afdwingen. De jacht is mooier dan de vangst."

LUBBE: "Ja... Precies zo. Op het moment dat je in de auto stapt, begint het. Dan kijk je uit het raampje. Ik bedoel: ik zou het anders zeggen. Ik zou er geen geweren-associaties bij zoeken, als ik het zou zeggen."

LEEUW: "Hoe bedoel je? De jacht, dat is niet met geweren achter een eend aan rennen."

LUBBE: "Nee, ik begrijp wat je bedoelt. Maar toch zou ik het anders zeggen. De weg naar erkenning is leuker dan de erkenning zelf, ik ken het. Maar ik moet zeggen: die erkenning heeft ook wel wat. Ik maak al vijftien jaar muziek en dan is het wel leuk om een aai over je bol te krijgen. Je merkt op een gegeven moment dat dingen makkelijker gaan als mensen je kennen. Ik vind dat ik het ook verdiend heb om op straat herkend te worden."

LEEUW: "Ik ben vanmorgen zo vrij geweest om de laatste twee LP's die ik van jullie heb te draaien, en het enige verschil dat ik zie is dat jullie personages ouder zijn dan die bij ons. Wat rijper, volwassener. Maar voor de rest zingen we over hetzelfde. Vrouwen, stad... Omdat we in de stad wonen? Bij ons speelt dat bijna geen rol. Het meeste is gesitueerd in de stad, maar dat is meer een stijlfiguur dan een inspiratiebron. Het is makkelijker om het in een stad te situeren dan in een dorp, want dan is het net of het dorp belangrijk is voor de ontwikkelingen in een lied. Dan krijg je intriges en zo. In een stad kun je twee personages isoleren. Net zoals het zingen over een jongen en een meisje, dat is ook een stijlfiguur. Springsteen heeft het over zichzelf en zijn vader, die roert dezelfde problemen aan."

LUBBE: "Nou, het ligt voor mij dichter bij wat ik meemaak. De stad is een opeenhoping van alle mogelijke tegenstellingen en gebeurtenissen. Als inspiratiebron ligt de dramatiek veel meer voor de hand. Als je hier uit het raam kijkt zie je al zulke bizarre dingen gebeuren, die je verwonderen of aan het denken zetten. Ik denk ook dat mijn toon wat melancholieker is en die van de Kecks wat... onstuimiger."

LEEUW: "Bij ons zijn het meestal pubers. Nou voel ik mijzelf ook nog voor tachtig procent puber. Steeds meer eigenlijk weer. Dat vind ik wel lekker. Alle dingen waar ik op de middelbare school door in verwarring werd gebracht, daar word ik nu weer door in verwarring gebracht. Wel op een andere manier, maar ik snap er nog steeds geen zak van. Echt helemaal nergens van. En ik pretendeer het ook helemaal niet. In mijn muziek constateer ik nog steeds dat het een chaos is."

LUBBE: "Die melancholieke kant is niet zozeer van mijn leeftijd afhankelijk. Die heeft er altijd al ingezeten. Als ik een nummer hoor van Otis Redding of Jacques Brel gaat het met bakken, weet je wel... Ik ga voor zo'n tekst ook gewoon zitten met een vel papier en dan laat ik het maar komen. Nu moet ik zeggen dat er dan wel van alles uitkomt wat ik vind van één en ander... En daar word ik niet vrolijker van. Echt niet. Terwijl ik ontzettend optimistisch ben. Maar het lijkt alsof dat optimisme per dag meer uit je handen wordt geslagen, als je zo eens om je heen kijkt. Daarom speel ik ook graag. Dan kan ik dat vergeten."

LEEUW: "Zou onze wereld zich dan beperken tot onszelf en de stad?"

LUBBE: "Ja, het grote wereldbeeld ontbreekt. Dat soort teksten schrijf ik ook wel, maar het is zo vreselijk moeilijk. Stop eens een groot wereldbeeld in drie coupletten en een refrein. Dan loop je het gevaar dat het allemaal zo hol gaat klinken."

LEEUW: "Als artiest moet je ook méér doen dan zeggen wat er fout is. Als je echt de wereldproblemen wilt aanpakken, moet je in de politiek gaan. Voor mij is een lied schrijven méér dan de waarheid vertellen. Je moet er hooguit één element uithalen. Dan moet je maar hopen dat je na tien LP's iets verteld hebt."

LUBBE: "Plus dat ik in mijn achterhoofd hou: straks moet ik het zingen voor 400 mensen. Waar komen die mensen voor? Die mensen zijn toch op onze hand, ze weten toch wel waar we staan dus die mensen hoef ik niets te vertellen over Shell in Zuid-Afrika. Die mensen zijn blij als ze een leuke avond hebben, dat staat dan eigenlijk méér voorop."

LEEUW: "Toch merk je dat teksten best belangrijk zijn."

LUBBE: "Absoluut. Bij ons soort bands nog meer dan bij anderen. Wij speelden pas voor het eerst 'Deze Stad Is Een Veel Te Mooie Vrouw', dat was prachtig om te horen hoe iedereen na iedere regel begon te joelen."

LEEUW: "Wij hebben heel vaak dat de eerste zeven rijen 'Achter Glas' woordelijk staan mee te zingen. En wij hebben eens een jongen gehad die had 'Zonde Van De Tijd' gedraaid op de crematie van zijn broer... Dat besef je zelf niet, die impact."

LUBBE: "Zo'n nummer als 'Zwart-Wit' van Frank Boeijen, daar was ik echt jaloers op. Zo'n statement maken, op die manier, daar had ik veel respect voor. Waar hij nu mee bezig is, dat snap ik niet. Dat is mij te poëtisch. Te mystificerend."

LEEUW: "Ik snap er ook geen donder van, maar ik geloof wel dat hij heel oprecht bezig is. Dat waardeer ik zeer."

LUBBE: "Dat mystificerende heb ik juist vermeden. Ik wil dat iedere zin volledig te begrijpen is. Er loopt een man over straat en hij kijkt naar de lucht, dat is al bijna poëtisch. Dat moet je hem niet laten doen. Hij kijkt omhoog. Dat kan al beter. Dat kan iedereen begrijpen."

LEEUW: "Wij willen dat het klinkt alsof het in twee minuten in elkaar is gerold. Terwijl we er weken over doen, hoor. Maar het moet een nonchalance hebben waardoor iedereen denkt: dat kan ik ook. Zoals bij een Karel Appel."

LUBBE: "Nee, bij ons moet je het echt als het uiterste van ons kunnen klinken. Daar doen we dan ook een tijdje over. Alles wordt gewikt en gewogen."

LEEUW: "Bij ons ook. Maar de eerste indruk is: dat kan ik ook. Dat is ijzersterk, vind ik. Als je doorluistert, hoor je pas wat het werkelijk is."

LUBBE: "Maar als ik jullie zie, voel ik dat het om hetzelfde gaat. Het gevoel is hetzelfde. Dat werken jullie anders uit, met een gitaar die twee keer zo hard staat als onze gitaar omdat wij er nog een piano bij hebben. Maar we werken vanuit dezelfde intentie. Net als een aantal anderen, tot en met de Claw Boys aan toe..."

LEEUW: "Dat die uit elkaar zijn, dat komt gewoon door Nederland. Door die hokjesgeest hier. Peter te Bos had een bekende Nederlander moeten zijn intussen, en in 'Wedden Dat' moeten zitten. Dat zou leuke TV opleveren en daar is Nederland gewoon te stom voor. Zonde. Daarom blijft zo'n band de hele tijd tegen het plafond aanbeuken. Popmuziek wordt maar geen amusement gevonden. Terwijl Claw Boys Claw dat wel is. En wij ook!"

LUBBE: "Dat vind ik nou de pest aan Nederland: dat het amusement moet wezen."

LEEUW: "Nee, dat het vervelend amusement is."

LUBBE: "Er is maar één soort amusement in Nederland en dat is vervelend amusement."

LEEUW: "Elvis Presley was wel op allerlei fronten op TV en niet alleen om een liedje te zingen. Hij was meer entertainer, zonder rebels te zijn. Dat schijnt niet meer te kunnen. Het zou toch top-amusement zijn om Peter te Bos in 'Wedden Dat' te hebben? Daarom blijft zo'n band maar in eigen kring doordraven."

LUBBE: "Maar het haalt toch niks uit om één avond in 'Wedden Dat' te zitten? Dat gaat erin als zoete koek. Het wordt verzwolgen en hup, weg! Je kunt in je blote reet op TV verschijnen en er gebeurt niks meer. Wat je krijgt is: die Peter te Bos gisterenavond in 'Wedden Dat', nou, die heeft zichzelf ook verkocht!"

LEEUW: "Jullie staan toch ook in 'Los Vast'?"

LUBBE: "Ja... Het pad is erg smal, hoor."

LEEUW: "Daar moet je toch geen rekening mee gaan houden? Sommige mensen wachten er gewoon op dat er iets fout gaat. Je moet zoiets gewoon doen... Zoals Arno al zei: 'Het is moeilijk om rebel te zijn als rebellie de norm is'. Rock & roll was vroeger jong. Tegenwoordig is iederéén jong. Er staat in een contactadvertentie: jongeman van 63 jaar zoekt dito vriendin... Wat dat betreft zijn wij gewoon amusement geworden. Met een scherp randje misschien."

LUBBE: "Brood is de enige die crossovert. Van alle dingen die hij al goed kan, kan hij nog het beste zijn eigen PR-man zijn. Hij heeft er ook echt zijn eigen joke van gemaakt. En niemand zit te wachten op een nieuwe Brood. Een keer op een feestje vroeg hij me: één van jullie zit toch ook in die film? Ja, zei ik. Ik. Ja, ja, waarom hebben jullie dat publicitair niet uitgebouwd? Tsja, zeg ik. Eh, waarom eigenlijk niet. Toen zei hij: jaaah, nu snap ik het... Inderdaad, weet je wel. Dat is ook zoiets van: je doet het op je eigen manier. Ik heb die hele poeha eromheen nooit zo prettig gevonden. Doe je, na tien jaar muziek, een keer aan een filmpje mee en je krijgt iedereen over je heen. Terwijl ik denk: laten ze maar naar de muziek luisteren. Dan weten ze precies hoe het zit."

LEEUW: "Het heeft geen zin om andermans wegen te bewandelen. Wij hebben al zo vaak gehoord: dit of dat hadden jullie moeten doen. Dan denk ik: man, rot op. Na acht jaar bestaan wij nog. En van al die slimme wijsneuzen hoor ik dus niks meer. Wij rommelen lekker door. Wij, die nooit aan een imago gewerkt hebben, blijken opeens een imago te hebben. Ik wil dat proces helemaal niet versnellen. Ik vind het mooi zoals het nu gaat... Nu is het weer rap, of moet je weer een carnavalssingle uitbrengen?"

LUBBE: "Ik heb een buurman, Bertus, een zwaar getatoueerde veertiger. Iedere keer als ik hem tegenkom zegt ie: 'Reggie! Reggie! Het gat van Doe Maar!'. Dan gaat het goed!"

LEEUW: "Haha, nee, het gaat wel prima zo. En na de zomer proberen we het buitenland eens uit, Scandinavië. Lukt het niet, dan niet. Ik ben nog lang niet uitgekeken in Nederland. Als je ziet dat je in Horst, in Echt en in Leek kan spelen, dan is Nederland hartstikke groot."

LUBBE: "Je komt in een tent en dan zal het voor de derde keer zijn: er staan meer mensen en jij staat er met een nieuwe set. Bij de groenteman ga je ook jarenlang langs. Dat kan ook een fijn bedrijf zijn. België proberen wij eerst, dan misschien het buitenland. Maar ik maak me daar totaal geen illusies over. Het moet vreselijk goed georganiseerd worden."

LEEUW: "Ik ben er 24 uur per dag mee bezig. Het zit in je kop. Je krijgt een bepaalde manier van kijken. De deur staat altijd open."

LUBBE: "Je weet ook nooit wanneer het toeslaat. Je loopt wat rond, loopt eens je boekenkast langs, gaat naar de bakker, je knalt de TV aan en je ziet iets over Aboriginals en je gaat naar bed. Er is niks gebeurd, maar de volgende dag heb je een single in je hoofd."

LEEUW: "Als je op straat loopt, of een boek zit te lezen, heb je altijd in je achterhoofd dat er iets gebeurt wat de bal aan het rollen brengt. Er is bij ons ook niemand die iets achter de hand houdt, een cursus dit of dat. Voor als het niet lukt. We zijn ervan overtuigd dat het lukt."

LUBBE: "Alles wat in de band gestopt kan worden, gaat erin. Meer kun je niet doen."

LEEUW: "Wat ik ook zo raar vind is dat je in feite allebei hetzelfde doet maar dat anderen het onderverdelen. Ze laten ons bij de VPRO spelen, maar als ik dan vraag waarom De Dijk niet, dan is het: nee!"

LUBBE: "Ik weet het. Ons imago schijnt wat behoudender te zijn. Dat past daar niet."

LEEUW: "Ach jongen, die VPRO is niks anders dan de VARA of Veronica of de TROS. Allemaal hokjes."

LUBBE: "Terwijl je met niets anders dan zo'n band bezig bent. Je staat bij al die dingen niet stil. Alleen merk je dan op een bepaald moment van: hé, ze moeten ons daar niet en daar vooral wel."

LEEUW: "Ze bieden ons steeds bij 'Hollands Glorie' aan. Daar komen wij weer niet in. Dat vind ik even belachelijk als jullie niet bij de VPRO. Het gaat toch om goede muziek soms? Of niet dan?"

Leesvoer