Concertrecensie Canix Lottum, 18 november, door Richard Thannhauser

Ode aan een bescheiden bassist

Spelen is voor Theo geen werk, maar een gevoel van vrijheid
Lottum, 18 november. Het is een avond als alle andere, waarop de Tr÷ckener Kecks een optreden verzorgen. Jongerencentrum Canix is het zoveelste tussenstation van de muzikale trein, die al ruim twintig jaar door het land trekt. Op weg naar een eindbestemming, die niemand nog kent. Want ook al is er veel veranderd in al die jaren, locomotief Rick de Leeuw heeft nog steeds stoom en kolen voldoende om op volle toeren een concert af te werken.

Maar toch, der tand des tijds is niets verhullend. Het getekende gezicht van een zanger, die leeft met de dag en de nacht nog immer omarmt als de prille schoonheid van het aardse bestaan, spreekt boekdelen. Het zweet gutst door de getekende groeven in het gelaat, als water in een wild bergbeekje.
Het publiek roept weer eens om Bleke Jet, maar de struise droomvrouw van Leo Kenter blijft deze keer onhoorbaar achter glas verscholen. 'Het komt nooit meer goed' is deze avond het afscheidslied van zo'n 200 bezoekers van het optreden.
Dat is opmerkelijk, want Aniet, die eerder dit jaar met stille trom vertrok als medewerkster van Theo's Toko, had voorspeld dat het publiek in Lottum niet bekend staat als fijnzinnig. En zij kan het weten, want Lottum is het dorp waar zij hij meeste uren slijt.

Bijna twee uur meezingen in een kelder, waar de tap als levensbron van een rechtgeaarde BourgondiŰr nooit werkeloos is. En op het balkongedeelte staan de voornamelijk oudere muziekliefhebbers op veilige afstand van de op een sauna gelijkende concertvloer. Waar zullen ze aan denken? Aan de tijd dat ze zelf nog jong en onbesuisd waren?
Het zijn zo te zien leeftijdsgenoten van de Rick, Rob en Theo. Gerben en Phill, de jongsten van de klas, vallen enigszins uit de toon, al ziet ook Phill er na een optreden uit als een uitgewrongen handdoek. Gerben heeft een kwajongensachtige blik en die rol past hem perfect. Rob heeft kleine oogjes, oog vermoeid na een muzikale prestatie. Voor Rick geldt dat minder, want hij herstelt altijd redelijk snel. Even een frisse neus halen en de kleine uurtjes zijn uitstekend te verwerken.
Aan Theo lijkt alles voorbij te gaan. Theo oogt altijd nonchalant en is pas in zijn element als hij het podium op mag. Een echte bastijger, die niet zo nodig op de voorgrond hoeft en wars is van status. Zelfs in perioden, dat de groep veel gevraagd wordt en soms twee keer op een dag optreden, straal hij rust uit. Al is hij de eerste om te zeggen dat twee optredens op een dag niet zijn voorkeur genieten.
Theo Vogelaars! Een bijzonder mens. Omdat hij zo zichzelf is gebleven. Tot vlak voor en direct na het concert duikt hij snel achter de ge´mproviseerde toonbank van zijn toko. De merchandising is zijn handel, het contact met de bezoekers van de concerten is voor hem heilig. Met een wijntje binnen handbereik maakt hij voor iedereen wel even tijd voor een babbeltje. En elke fan weet: bij Theo hoef je geen drempelvrees te hebben. Theo is ÚÚn van hen, Theo is de jongen van het volk. Een held, die eigenlijk helemaal geen held wil zijn. Theo doet zelden raar. Hij komt het podium op, lacht verlegen naar de mensen die zijn naam scanderen. Je ziet zijn ogen schitteren als hij zijn twee favoriete snaren mag geselen. De gitaar, crŔmekleurig met bruin in het midden, is aan de bovenkant bekleed. En zijn rechterhand is ingepakt in een handschoen met open vingers. Bovenop de gitaar de eeuwig bloeiende rode neproos.
Ook in Lottum draagt Theo zijn favoriete outfit. Je zou haast denken dat het zijn enige kloffie is. De blauwe ribbroek, met daarop een oranje wielershirt. Met in het midden twee blauwe banen langs een witte baan. Het lijkt een kampioenstrui, zoals dat in wielerjargon heet. En misschien is het wel een kampioenstrui. Voor de bassist, die nog altijd een jongensachtige uitstraling heeft als hij wijdbeens zijn bas bespeelt en de ruim bemeten legerkistjes, halverwege geknoopt, zorgen voor een stevig evenwicht.
De meeste ogen tijdens een concert zijn automatisch gericht op de zanger, maar wie meer wil dan de wilskracht van Rick de Leeuw, moet eens op zijn of haar gemak de bassist bestuderen. Al is het alleen maar omdat bescheidenheid verdwijnt als de bas beroerd wordt. Spelen is voor Theo geen werk. Spelen is zijn leven. Zijn manier om zich te uiten. ,,Dit is mijn gevoel van vrijheid'', sprak hij dit jaar op 5 mei in Assen. Wie Theo observeert, weet wat hij met die uitspraak bedoelt.
Rick noemde Theo dit jaar de bindende factor. En daarmee sloeg hij de spijker op zijn kop. Theo belichaamt nog steeds het gevoel, dat je vroeger had als je naar de Kecks ging. Waar anderen al lang gevonden hebben wat ze wilden, is Theo nog altijd op zoek. Omdat de jacht altijd mooier blijft dan de vangst. Leve Theo!

Leesvoer