Recensie uit het Haarlems Dagblad, door Richard Stekelenburg.

Afscheid van de Kecks
Jongens waren ze - maar aardige jongens. Dat vonden ze zelf ook. In 1980 richtten ze een band op - drummer Leo Kenter, bassist Theo Vogelaars en Rick de Leeuw, toen nog op punkgitaar. Waarom niet? Wat moesten ze anders? En met een band, daarmee kon je de wereld veroveren. Of zoiets. Eenentwintig jaar later zijn de Tr÷ckener Kecks aan hun afscheidtournee bezig, die gisteren langs Haarlem voerde.

Nog steeds met Rick en ook met Theo, inmiddels al jaren zonder Leo en ook niet meer met gitarist van het tweede uur Rob de Weerd. Wel met Rob van Zandvoort, Phil Tilli en Gerben Ibelings - nu alweer jaren echte Kecks. Het is donderdag, even na negenen en in Haarlem begint het snijdend koud te worden. Vandaag is het Patronaat aan de beurt. Nog acht concerten vˇˇr de band geschiedenis zal zijn.
Het is druk in de Haarlemse popzaal. Gedrang bij de garderobe, gedrang bij de bar. Een wirwar van mensen. Sommigen van hen reizen deze laatste dagen met de band mee. Al was het maar om dat ene favoriete nummer nu eindelijk eens live te horen. Zo volgt Mart uit Noord Scharwoude deze afscheidstour voor het nummer Souvenir, dat trouwens al een eeuwigheid niet meer op een setlijst van de Kecks is voorgekomen. En zo heeft ieder zijn favorieten.
Hoeveel woorden moeten er op een avond zoals deze worden vuilgemaakt aan het naderende afscheid? Niet te veel, zo lijkt de band te hebben besloten. Met de zaallichten nog half aan wordt, onaangekondigd, het eerste nummer ingezet. Het is Niemand thuis van de laatste Kecks?cd >tk: 'De wind jaagt wat huisvuil langs de gevels van de stad. Een roemloos einde van een reis....'
Hoeveel liedjes over afscheid nemen, verlaten worden en weggaan hebben de Kecks eigenlijk? Vrijwel elk lied dat vanavond gespeeld wordt, lijkt er min of meer wel over te gaan.
In rap tempo rijgen de Kecks een paar up-tempo nummers aan elkaar. Theo Vogelaars deint zoals alleen hij kan deinen - wijdbeens gebogen over de basgitaar. Rick - in zwart kostuum met overhemd - voert zijn dansje uit, veegt een bezwete zwarte lok van zijn voorhoofd en dolt wat met Gerben Ibelings door flessen Spa over zijn drums leeg te gieten. Bij elke roffel spat het water hoog op. Phil Tilli laat zijn gitaar janken en Van Zandvoort steekt zijn zoveelste sigaret op. De zaal begint naar zweet en bier te stinken. Het is warm, maar mooi. Voorin begint het te kolken. Het Patronaat is op stoom, danst, host en brult mee. Niemand danst alleen klinkt. Van welke plaat ook alweer? Van Met hart en ziel ? natuurlijk!
Ergens in het publiek glijden zeven volle glazen van een net te scheef gehouden dienblad. Het bier komt als een waterval neer op een nietsvermoedend meisje met een paardenstaart. Een douche van bier. Rick de Leeuw zingt: 'Vol berouw en veel te laat, geen bloemen of pardon. Met mijn ziel onder m'n arm, terug waar het begon...' Het is het nummer Veel te veel water. Aan de neus van het druipende meisje hangt een druppel.
TweeŰnhalf uur duurt het optreden, inclusief vier keer terugkomen voor de toegiften. Met mooie, gedenkaardige uitvoeringen van onder meer Achter glas, In tranen en Hakken in het zand. Maar dan is het toch afgelopen. De band zoekt de douche op, Rob van Zandvoort voorop - hij wil graag eerst, zoals altijd. Komende twee weken zullen de Kecks nog naar Antwerpen, Dordrecht, Apeldoorn, Waalwijk, Amsterdam, Leusden en uiteindelijk Leiden reizen. Het Patronaat blijft alleen achter. Vol maar ook een beetje met een leeg gevoel - het was toch een afscheid. De laatste, gezongen boodschap suist nog na in de oren: 'Trek je jas aan, het wordt koud...'

Leesvoer