Artikel uit de FRET, door Roel Bouman.

Afscheid van de Tröckener Kecks
De Tröckener Kecks houden ermee op. Op dit moment zijn de Amsterdammers bezig met hun afscheidstournee langs het vaderlandse clubcircuit. Verslaggever Roel Bouman dook in de archieven en blikt terug op een opmerkelijke band.

Het staat me nog op het netvlies gebrand. Het zal 1984 geweest zijn. Ondergetekende verdient zijn boterham in een platenzaak in Rotterdam Noord en ziet op een ochtend iemand binnenkomen die hem bekend voorkomt. De alpinopet neemt het laatste restje twijfel weg, ja dat moet hem wel zijn: Theo Vogelaars, bassist van de Tröckener Kecks. Mag ik hier een postertje ophangen van ons nieuwe album gaat Theo resoluut op zijn doel af. Vanzelfsprekend is dat goed. Theo pakt een krukje, zoekt zelf een mooi plekje uit en begint het affiche keurig op te spelden. Als hij klaar is en het krukje netjes op zijn plek heeft teruggezet loopt hij terug naar de counter en vraagt: Verkopen jullie wel eens iets van ons?
Die vraag kan ik bevestigend beantwoorden, want zo af en toe verkopen we inderdaad wel eens een Kecks-elpee. "Maar hoe kom jij bij ons terecht"? verwoord ik mijn verwondering. "Ik kies steeds een bepaalde stad, keer de Gouden Gids dan binnenstebuiten, maak een routeplanning en ga dan een dag lang al die zaken langs. Dat is onze manier, we hebben geen grote platenmaatschappij die dat soort zaken voor ons regelt, dus doen we het zelf. Ik vind het ook veel beter zo, je houdt de vinger aan de pols en ik denk dat zo'n persoonlijke benadering ook meer resultaat heeft, ik mag tenminste bijna overal mijn materiaal ophangen".
Na nog heel even doorgepraat te hebben, verlaat Theo weer gehaast de zaak, hij moet nog naar een winkel in een heel ander deel van Rotterdam.

Het voorval typeert de Tröckener Kecks. Twee jaar geleden zei zanger Rick de Leeuw in het Fret-interview bij het verschijnen van >tk 'Het is niet dat we er niet bij willen horen, we horen er gewoon niet bij!' Dat klopt, de band heeft zich in de ruim twintigjarige geschiedenis altijd op eigen voorwaarden staande gehouden. De eerste jaren ging alles in eigen beheer en later werd er heel zorgvuldig bekeken of "derden" wel mee konden varen. Ook zie je de leden niet bepaald dagelijks op televisie, lopen ze de platenbobo feestjes niet af, staan niet in de roddelbladen en piekeren zich niet suf hoe een nieuw werkstuk, met een doel dat alle middelen heiligt, aan het volk kan worden gepresenteerd.
De Kecks stippelden hun eigen weg uit en de vangrail aan beide kanten van die weg maakte dat er voornamelijk naar één middel gegrepen is al die jaren: spelen!

Zo is het begonnen, zo is de groep groot geworden en zo sluit het vijftal de carrière ook weer af. Avond na avond op de planken, met volle overtuiging en met het motto dat de muziek het moet zeggen, niet de prietpraat eromheen. In dat licht is de aankondiging van het naderend eind van de Tröckener Kecks ook veelbetekenend. Geen interviews, geen toelichtingen op het besluit. Het is mooi geweest en kom nog maar één keer kijken. Rick de Leeuw geeft te kennen dat hij enorm veel zin heeft in de laatste tour: 'Volgens mij wordt het beter dan ooit tevoren.'

Kostschool
Vroeger droomde Rick de Leeuw ervan om ooit nog eens als beroemd profvoetballer terug te keren naar de kostschool waar hij samen met de vorige drummer Leo Kenter zijn puberteit uitvocht. Het tweetal kwam weliswaar niet terug als gevierde voetballers maar wel als leden van de succesvolle band Tröckener Kecks en als schrijvers, want ook dat ambacht hebben Rick en Leo zich eigen gemaakt.
'Op een gegeven moment moet je accepteren dat een voetbalcarrière er niet inzit. Als je op je zestiende nog niet ontdekt bent, mag je er van uitgaan dat dat ook niet meer zal gebeuren.' lichtte De Leeuw zijn overstap naar de muziek toe.
Die ommezwaai kreeg gestalte op 30 september 1977 toen De Leeuw The Jam in Paradiso zag spelen. Op slag was de Kecks-zanger voor de muziek gewonnen. Dit was voetbal met gitaren en je kon er nog bij drinken ook! Voetbal, op het veld dus, was ineens iets voor mensen die The Jam nooit live hadden gezien. Dus werd Rick maar popster.

Apolitiek
In mei 1980 nemen De Leeuw en Kenter het initiatief tot het oprichten van de band. In tegenstelling tot de andere Amsterdamse punkbands in de dagen van `Geen Woning Geen Kroning' zijn de Tröckener Kecks apolitiek. De band vindt nauwelijks aansluiting bij wat destijds wel de Second Wave werd genoemd (bands als The Ex, The Workmates, Infexion en The Nitwitz). Wat betreft het uitbrengen van platen gaan de Kecks wel te werk volgens het 'do it yourself'-punkbeginsel. De Leeuw zingt dan nog niet, maar is gitarist. De zang wordt verzorgd door Edward van Tilburg. Als die na de eerste single Rik Ringers en het debuutalbum Schliessbaum opstapt, hangt De Leeuw zijn gitaar aan de wilgen en wordt hij zanger.
Voor het verschijnen van de tweede plaat In De Krochten Van De Geest en na de cult-single Niet Alle Meisjes Zijn Verliefd Op Kors doet de formatie met gitarist Henk Jonker mee aan de Grote Prijs van Nederland. De vierde plaats geeft geen recht op het ereschavot, maar legt wel de basis voor de grote populariteit in het clubcircuit in de jaren daarna. Van de overige deelnemers van die finale in 1983 kennen we thans alleen nog Sammie America, de rest is allang in de vergetelheid verdwenen, met winnaar Neel voorop trouwens.
Als in 1984 Rob de Weerd als gitarist toetreedt heeft de groep dan eindelijk een stabiele bezetting. In die line-up trekt het viertal meer dan tien jaar langs alle zalen van Nederland en later ook België. Langzaam maar zeker verandert het geluid van de Kecks. De punkinvloeden nemen af. Het brengt de band in een soort niemandsland: altijd te poppy voor de underground en te tegendraads voor de Top Veertig. Daarbij worden vanaf de derde elpee, Betaalde Liefde (1985), ook de teksten toegankelijker. In sobere, rake bewoordingen bezingt De Leeuw de verlangens, twijfels en teleurstellingen van iedere twintiger.

In het najaar van 1987 verschijnt Een Op Een Miljoen, de eerste LP die niet in eigen beheer uitkomt maar op het Torso-label. Het gaat steeds beter met de Kecks. Overal volle zalen en de groei maakt ook de media wakker. Met de opvolger De Jacht (1988) belanden de Kecks voor het eerst in de cd-Top Honderd. De in het Leids Vrijetijds Centrum (LVC) opgenomen live-LP Meer! Meer! Meer! (1989) geeft een goed beeld van de groep als live-band.Een jaar later neemt de formatie de stap naar een grote platenmaatschappij; bij Ariola verschijnt de langspeler Met Hart En Ziel en de daarvan getrokken gelijknamige single brengt de band voor het eerst in de Top-40.
Toch zal het voor jaren bij dat ene Top-40 succes blijven. De verhouding met Ariola wordt steeds slechter. 'Onze toenmalige platenmaatschappij was er alles aan gelegen om weer een hit te scoren. Op een gegeven moment vonden we onszelf playbackend terug in een of ander televisieshow. Dat was net in de periode dat RTL 4 opkwam. Wij werden geacht in de 5 Uur Show een beetje te komen playbacken. Worstjes eten bij Joop Braakhekke en dan liegen dat je ze lekker vindt. Sukkels werden we. Het was een onmogelijke situatie. Alles wat we wilden was in een goede band spelen, goede muziek maken. Maar daarvoor schijn je aan nog een heleboel andere dingen mee te moeten doen. We konden op een gegeven moment met van alles op tv komen, behalve met onze muziek. En dat vertikten we. Het is toch belachelijk als je zelf een lied hebt geschreven, de muziek erbij hebt gemaakt, alles zelf hebt gespeeld en gezongen, dat je dan een beetje jezelf gaat staan nadoen in zo'n stomme tv studio.' zou De Leeuw later verklaren in een interview met De Tribune, het blad van de Socialistische Partij.

Tegenspoed
Deze opstelling zorgt voor een conflict met Ariola. De Kecks besluiten bij de release van Andere Plaats, Andere Tijd namelijk geen single uit te brengen en het opzitten en pootjesgeven in de media te staken. De platenmaatschappij zegt het vertrouwen in de groep op. Voor die tijd heeft de band dan echter al twee hoogtepunten bereikt met een plek op Pinkpop 1991 en een Zilveren Harp voor Met Hart En Ziel.
Na Ariola volgt een contract bij Polydor en krijgt de groep versterking in de persoon van toetsenman Rob van Zandvoort (ex-Jack Of Hearts). Het is in de tijd dat Het Grote Geheim verschijnt. De band bevestigt haar status, maar groeiende verkoopaantallen zitten er niet in.
Dan gebeurt er iets dat Rick de Leeuw zelf niet verwacht: Leo Kenter houdt er mee op en verlaat de groep. 'Ik dacht dit is het einde. Als er maar één iemand uit de Kecks stapt, is dat het einde van de groep, meende ik altijd. Het voelde aanvankelijk zelfs als verraad.' verklaarde de zanger later in een interview. Dat verraad-gevoel verdween alweer snel, want het is Leo Kenter zelf die de overige leden aanspoort niet bij de pakken neer te gaan zitten en op zoek te gaan naar een vervanger.
Dat wordt ex-Bad To The Bone drummer Gerben Ibelings. Bovendien wil Kenter wel aanblijven als tekstschrijver, zodat de wegen niet definitief hoefden te scheiden.

De band bestaat dan vijftien jaar en dat is aanleiding om met Hotel Nostalgia een soort Best Of uit te brengen. Een aantal oude nummers krijgen een nieuwe uitvoering en dat is meteen een goede manier om de nieuwe leden vertrouwd te maken met het Kecks-materiaal. Menigeen denkt dat het einde van de band nabij is, maar Rick de Leeuw denkt daar duidelijk anders over: 'Die verzamel-cd was geen punt, maar wel een komma. Een adempauze in de lange, barokke volzin die Tröckener Kecks heet.'
Het door Attie Bauw geproduceerde Dichterbij Dan Ooit (1997) bewijst vervolgens dat de Kecks nog steeds De Kecks zijn. Attie Blauw helpt de groep aan een wat meer open en een moderner geluid. De teksten zijn echter als vanouds, al heeft de thematiek zich aangepast aan de leeftijd van de auteurs. In het op het boek Kees De Jongen gebaseerde lied Verloren Zoon bijvoorbeeld, vereenzelvigt de zanger/auteur zich met de vader en niet met de zoon. De Kecks doen een Marlboro Flashbacktour waarvoor ze allerlei hits uit de Nederpophistorie coveren.

Slotakkoord
In 1997 pakt Rob de Weerd zijn biezen. Hij wordt vervangen door Phil Tilli. De band neemt een tijdje vrijaf. Om nieuw materiaal te schrijven vertrekt de band naar Italië. Met hernieuwd enthousiasme gaat de formatie vervolgens aan de slag voor het volgende album. Met platenmaatschappij Play It Again Sam [PIAS] wordt een nieuw contract afgesloten en samen met JB Meijers begint de groep te werken aan >tk. Dat album verschijnt begin 2000 en wordt overladen met lof. Alle vaste sjablonen worden afgeworpen en de Kecks klinken volwassener dan ooit. De cd verkoopt goed en de singles Niemand Thuis, Ik denk Nooit Meer Aan Jou en Veel Te Veel Water worden veelvuldig op de radio gedraaid en doen het beter dan alle singles na Met Hart En Ziel.
De Kecks lijken met >tk en de daaraan gekoppelde succesvolle tour aan een tweede jeugd te zijn begonnen. Het bericht deze zomer dat de groep er eind 2001 mee ophoudt, komt dan ook onverwachts. Je moet stoppen op je hoogtepunt zal De Leeuw gedacht hebben. Met nog één laatste uitgebreide clubtour (toepasselijk getiteld Meer Niet) en nog één single (Ren Jongen Ren neemt Tröckener Kecks afscheid van het publiek. Een mooi einde van de band die de Nederlandstalige muziek naar een beduidend hoger plan heeft getild. Hoewel, met die omschrijving zal De Leeuw het niet eens zijn getuige zijn uitspraak:
'Tröckener Kecks maakt geen Nederlandstalige muziek. We maken muziek met Nederlandse teksten. Nederlandstalige muziek is een ander genre.' We schreven het al: Ze horen er gewoon niet bij! Maar missen zullen we ze zeker!

Leesvoer