Artikel Algemeen Nijmeegs Studentenblad September 2000, Tekst: Willem Dudok

Rick de Leeuw doet goed zijn best

Al twintig jaar touren de Tröckener Kecks langs de vaderlandse poppodia. Hun nieuwste album >tk werd lyrisch ontvangen door de Nederlandse pers. Zanger Rick de Leeuw legde onlangs de laatste hand aan zijn debuutroman De Laatste Held. De voorman van de Kecks over Cruijff, de kostschool en de charme van een concert.

Rick de Leeuw (39) is onmiskenbaar een popster. Met zijn zwart geverfde haren, forse gestalte en openhangende blouse trekt hij onophoudelijk de aandacht van al wie hem passeert. Toch zullen er maar weinig mensen zijn die daadwerkelijk weten met wie ze te maken hebben. Daar zijn de Tröckener Kecks bij het grote publiek niet bekend genoeg voor. En da's wel zo prettig, zo vindt De Leeuw: 'Onze fans zijn prettige mensen. Die gaan niet lopen gillen ofzo.'

Cruijff
Nadat zijn ouders op jonge leeftijd waren overleden, woonde De Leeuw van zijn twaalfde tot zijn achttiende op kostschool Hageveld in Heemstede. 'Een verschrikkelijke tijd,' vertelt hij. 'Ik liep daar helemaal vast. Door de week zat je er opgesloten. Je mocht niet van het terrein af, je kon nergens lid van worden. Het enige wat je daar kon doen was studeren. In zo'n grote, donkere studiezaal te midden van die veel te lange gangen.'
In de spaarzame vrije uurtjes werd er gevoetbald. De Leeuw: 'Juist in de omgeving van zo'n kostschool heb je heel erg behoefte aan een droom. Zo van: 'Nu zit ik hier, maar later komt alles goed'. Muziek interesseerde me totaal niet. Mijn droom was om voetballer te worden. Ik wilde Cruijff zijn. Ik wás Cruijff. Maar ja, dat werkt niet op zo'n kostschool. Op zo'n binnenplaatsje word je natuurlijk nooit gescout.'
De omslag kwam toen De Leeuw, eenmaal weg van de kostschool, in Paradiso The Jam zag optreden. 'Ik weet het nog goed. Het was 30 september 1977. Alles wat ik daar zag, was geweldig. Het was een compleet andere wereld dan de kostschool. Muziek was het leven, bedacht ik toen.'
Twee jaar later richtte De Leeuw samen met drummer Leo Kenter de Tröckener Kecks op. 'Leo zat ook op de kostschool. Hij hoorde bij een groepje jongens dat iedere woensdagmiddag plaatjes draaiden in de recreatiezaal. Ik vond dat wel zielig. Die jongens zullen wel niet kunnen voetballen, dacht ik altijd.'
Toen De Leeuw van de kostschool afkwam, besloot hij naar Amsterdam te verhuizen. 'Mijn zus woonde destijds in Amsterdam, dus daar ben ik toen ook naartoe gegaan. Na die kuttijd op de kostschool wilde ik eindelijk wel eens leuke dingen gaan doen. Ik had echt het gevoel dat ik heel veel had gemist. Ik heb nog tien minuten overwogen om te gaan studeren, maar dat was toch niets geworden. Uiteindelijk ben ik gaan werken bij de Spoorwegen. Remblokken monteren, dag in dag uit. Kutwerk was dat. Ik had het idee dat ik alles wat ik had opgebouwd aan het vergooien was. Het was ook zinloos werk. Dan kwam er op vrijdagmiddag een trein binnenrijden, die we op maandagmorgen net nieuwe remblokken hadden gegeven. Moest 'ie weer nieuwe hebben. Ik bedoel, je houdt iets in beweging, maar meer ook niet. Ik was enorm blij dat ik daar weg kon.'

Met hart en ziel
Vanaf begin jaren tachtig maakten de Tröckener Kecks, tezamen met bijvoorbeeld De Dijk, deel uit van de nieuwe generatie Nederrock. Vanaf 1987 begon het pas echt goed te gaan met de Kecks. Volle zalen, goede recensies en zelfs een single, Met Hart en Ziel, in de vaderlandse hitparade. De opkomst van de Kecks ging gepaard met de opkomst van de commerciële televisie. Aangezien de Kecks geen moment overwogen hun nummers te playbacken in de spelshows van RTL4, bleef een commerciële doorbraak uit. In het live-circuit had de band inmiddels een uitstekende reputatie opgebouwd, maar in de studio presteerden de Kecks nooit op hun best. Eind jaren negentig stapte Leo Kenter op.
De Leeuw hierover: 'Ik wist niet dat dat kon, stoppen. Eens een Keck, altijd een Keck, dacht ik altijd. Maar Leo vond het na zoveel jaar wel mooi geweest.' Ook de gitarist besloot er de brui aan te geven, waardoor de weg vrij kwam voor nieuwe bandleden. Naast een nieuwe gitarist en een nieuwe drummer werd tenslotte ook nog een toetsenist toegevoegd aan de band.
Na een aantal mindere jaren lijken de Tröckener Kecks eindelijk weer terug aan de top. Hun laatste cd >tk werd door zowel de Nederlandse als de Vlaamse pers de hemel ingeschreven. 'Dat was een lekker gevoel, ja,' zegt De Leeuw. 'Niet alleen omdat het de eerste plaat was in de nieuwe bezetting. We hebben er gewoon ontzettend hard aan gewerkt. Veel harder dan anders. Voor deze plaat hebben we zeker vijfentwintig nummers geschreven. Bij vorige platen schreven we er altijd acht, en dan moesten we er altijd nog even snel drie bedenken in de studio.'
Voor het opnemen toog de band een aantal malen naar Italië. De Leeuw: 'Dat was bepaald geen straf. We logeerden in het huis van vrienden aan het Lago Maggiore. Twintig kilometer verderop was de studio. Daar werkten we dan overdag. 's Avonds zaten we dan lekker op het terras aan het meer. Als je, zoals wij, drie of vier keer in de week met elkaar optreedt, krijg je een tamelijk eenzijdig beeld van elkaar. De drummer zit bijvoorbeeld alleen maar tegen mijn rug aan te kijken. En ik hoor alleen maar het lawaai van die bekkens achter me. Als je dan tien dagen met elkaar in een studio zit, leer je elkaar veel beter kennen. Zowel persoonlijk als muzikaal.'

Veel te veel water
Toch blijft optreden veruit het leukste om te doen. Zelfs na twintig jaar. De Leeuw: 'Tja, de meeste zalen hebben we nu wel gezien. Maar het blijft het mooiste wat er is. Daarom snap ik ook niet dat De Dijk er een jaar mee kapt. Ik zou dat niet kunnen. Nooit. Ik zie optreden ook niet als werk. Want wat doe je nou helemaal? Je rijdt met z'n allen naar een zaaltje. De kleedkamer staat vol met drank en eten. Mensen vinden het leuk dat je er bent. Je gaat een beetje soundchecken, wat eten. Dan komt het publiek binnen, iedereen enthousiast. Je drinkt nog wat koffie en dan ga je spelen tot een uur of twaalf. Na afloop krijg je van iedereen complimentjes en bier. En om een uur of drie rijd je, nagezwaaid door het complete bestuur, weer naar huis. Ik bedoel, dat is toch geen werk? Da's een feest!
'Ik vind het ook iedere keer weer speciaal om onze liedjes te spelen. Neem bijvoorbeeld Veel Te Veel Water. Dat is een heel mooi nummer om te doen. Ik vind het nog steeds speciaal als ik het intro hoor. Zo'n lied verdient het om mooi gespeeld te worden. Dan maakt het niet uit dat je het al honderd keer eerder hebt gespeeld. Die versie kan er toch niets aan doen dat er nog heel veel versies voor liggen? Daar kun je wel heel lomp overheen stappen omdat je het morgen wéér moet spelen, maar voor mij is dat onmogelijk. Zo'n lied móet mooi gebracht worden, iedere keer opnieuw.
'Wanneer je op het podium staat, vergeet je alles om je heen. Griep of verkoudheid voel je niet meer. Na twee of drie nummers is dat allemaal voorbij. Ik heb nog nooit een optreden af hoeven zeggen omdat ik ziek was. Ik heb ook nooit last van m'n keel. Ik denk dat dat toch wel met een soort van beleving te maken heeft. Je kunt je afvragen hoe een band als De Dijk dat dan beleeft.'
Over gebrek aan belangstelling heeft De Leeuw nog nooit te klagen gehad. 'In al die twintig jaar hebben we met de Kecks misschien één hitje gehad. Wij zijn niet zo afhankelijk van hitparades. Godzijdank. Natuurlijk willen we dat zoveel mogelijk mensen naar ons luisteren. Een hit is wel een soort erkenning voor wat je doet. Maar om nou alleen maar hitjes te maken. Er bestaan wel meer vormen van erkenning.
'De mensen die naar ons komen kijken, zullen daar vast wel een goede reden voor hebben. Ik vind dat we heel goed zijn in wat we doen, dus ik geef ze groot gelijk. We hebben er altijd zin in. Festival in een graanschuur in Oost-Groningen? Tienjarig bestaan van de KPJ in Goirle? Bel maar, we komen. Het maakt ons allemaal niet uit.
'Pas geleden moesten we met de Kecks spelen in Gent. Rock for Specials heette dat. Op weg naar gent zat echt alles tegen. Opstoppingen, demonstraties, noem maar op. We kwamen daar dus pas vijftien of twintig minuten van tevoren aan. Dus wij heel snel omkleden en meteen het podium op. Helemaal vooraan viel mijn oog op twee geestelijk gehandicapten. Die zijn altijd direct enthousiast , dat is heel leuk. Maar achter hen stonden er nog drie. En daarachter weer. Stond heel het veld vol!
Bleek het een festival voor geestelijk gehandicapten. Tuurlijk, Rock for Specials, de naam zegt al genoeg. Dan probeer je nog eens extra je best te doen. En met succes. We zijn nog anderhalf uur bezig geweest met het uitdelen van handtekeningen. Volgens mij hebben we iedereen wel gehad. Maar het was geweldig om te doen.'

De Laatste Held
'Een tijdje geleden werd ik gevraagd voor het programma Paradisolife, van de NPS. Moest ik met een camaraploeg terug naar de kostschool. Het frappante was daar woonde ook al alles becommentarieerde wat ik deed. Ik maakte een soort documentaire over mezelf. Achteraf kun je zeggen dat dat een verdedigingsmechanisme was. Net alsof alles al voorbij was. Dat ik het inmiddels gemaakt had en terugkeek op mijn jeugd.'
De Leeuw's debuutroman De Laatste Held speelt zich voor een groot deel af op de kostschool. Het gaat over Richard Koning, een jongen die zich krampachtig vasthoudt aan zijn ideaal om een bekende voetballer te worden. Ook al weet hij dat het nooit zal gebeuren. Hij voert zelfs fictieve gesprekken met Johan Cruijff. Beter een droom hebben die nooit uit zal komen, dan helemaal geen droom. Op een avond ruilt hij zijn oude droom in voor een nieuwe. De avond dat hij The Jam ziet optreden in Paradiso. Een sterk autobiografisch verhaal dus. Een soort afrekening met het verleden? De Leeuw: 'Da's zeker niet de bedoeling geweest. Daar waren ze bij de kostschool ook bang voor, toen we er kwamen filmen. En terecht. Er gebeurden daar dingen die tegenwoordig een complete volkswoede zouden veroorzaken. Ze hebben genoeg te verbergen. Wat dat betreft is er in vijfentwintig jaar veel veranderd.
'Maar alles bij elkaar heb ik mijn periode daar wel redelijk kunnen verwerken. Er zijn zat verhalen van mensen die geknakt van zo'n school zijn afgekomen. Àls ze er überhaupt al afkwamen. En dus heb ik geen zin om het verdriet van anderen te exploiteren. Ik heb niet zo'n behoefte om als spreekbuis te dienen voor anderen.
'En ach, als ik niet op een kostschool had gezeten, dan zat ik nu ook niet in een band. En ik heb nu al langer plezier in een band dan dat ik het kut had op die kostschool, dus dan toch iets positiefs.'
De Leeuw is vader van twee zoons. Aan hen de taak om zijn verloren droom om voetballer te worden na te jagen? De Leeuw: 'Ach, het zal me een zorg zijn wat ze gaan doen. Als ze als olifantenwasser in Artis net zo gelukkig worden als hun vader in een band, dan moeten ze vooral olifanten gaan wassen. Zolang ze maar plezier hebben in wat ze doen, vind ik alles best.
'Die jongens zijn heel anders dan ik in mijn jeugd. Veel slimmer, veel meer wereldwijs. Ze zijn nu vier en zeven, maar ze hebben mij lang niet meer altijd nodig, dat merk ik steeds vaker.
'Mijn oudste zoon kwam twee jaar geleden een keer kijken naar een concert van ons. Stond 'ie daar, twee uur lang, helemaal vooraan. Na afloop vroegen we hoe hij het had gevonden. Zegt 'ie bloedserieus: 'Pap, je hebt goed je best gedaan.' En volgens mij had 'ie daarmee het verhaal van de Kecks wel zo'n beetje samengevat.'

Leesvoer