Recensie uit het Amsterdams Stadsblad, door Remco Daalder

AFSCHEID

De Tröckener Kecks gaven vlak voor Kerst hun afscheidsconcert in Paradiso. Geen nieuws dat de wereld zal schokken, geen nieuws dat oorlogen zal doen eindigen. George Bush en Osama Bin Laden zullen er geen spier door vertrekken, ondanks hun beider warme belangstelling voor Nederland. Maar toch nieuws om even bij stil te staan. Want met het stoppen van de hardstwerkende band van Nederland verliest Amsterdam een stel opvallende culturele vaandeldragers.
Ik zag de Tröckener Kecks in 1982 voor het eerst spelen. Amsterdam was toen in de greep van de tweede punkgolf, die een stuk ingrijpender was dan de eerste, die in de jaren zeventig vooral door wat traditioneel ingestelde Engelse bands werd gedragen. De tweede punkgolf werd beheerst door de Amerikanen. Meer agressie dus in de muziek, want agressie past nu eenmaal bij Amerika. Harder, sneller was het uit de USA gedicteerde parool en de Amsterdamse bands gingen daarin mee.
Behalve de Tröckener Kecks. Die bleven trouw aan hun uitgangspunt om vooral goede liedjes te spelen. Daarmee werden ze op punkfestivals al snel vreemde eenden. Na drie op straaljagersterkte en drilborenniveau razende hardcore-bands kreeg je dan opeens een groep die liedjes speelde met sterke melodieën en herkenbare refreinen, een groep die zijn instrumenten goed beheerste en daar nog voor uitkwam ook. De Kecks waren softies en werden al snel niet meer gevraagd door de Amsterdamse punkpodia.
Daar zaten ze helemaal niet mee. Terwijl de tweede punkgolf uitdoofde en de leden van de hardcore-bands ambtenaar werden, of vader, of allebei tegelijk, gingen de Kecks in steeds grotere zalen spelen voor steeds meer publiek. Ze werden de bekendste onbekende band van Nederland, want platensucces bleef uit. Dat heeft mij nooit verbaasd. De neuzelende zang van Rick de Leeuw, die live wordt gecompenseerd door zijn podium-uitstraling, klinkt op de plaat al snel razend irritant. Of hij je oren zit schoon te likken.

Het hoogtepunt van hun bestaan, een optreden op Pinkpop, werd snel gevolgd door het dieptepunt: het vertrek van drummer Leo Kenter, oerlid, mede-oprichter en belangrijk tekstschrijver, Kenter schreef een mooi boek over zijn muziekervaringen. In 'De Kameleons', dat dit jaar verscheen, schetst hij het beeld van een band die ondanks alle goede bedoelingen en vriendschapsbanden toch ten ondergaat aan het ego van de frontman: de zanger. Dit beeld wordt min of meer bevestigd in de interviews die de bandleden rond het afscheid gaven.

Maar wat maakt het uit. De Tröckener Kecks hebben twintig jaar lang niets anders gedaan dan een hele hoop mensen een hele hoop plezier bezorgen. Wie kan dat ook zeggen? En waarom heeft het Parool ze niet benoemd tot Amsterdammers van het jaar? Laat ik dat dan maar doen, hierbij.

Leesvoer