Alkmaarder Courant, 27 maart 2000, door Martijn Jorritsma.

De 'Kecks' ruiger en meer doorleefd

Tröckener Kecks. Vrijdagavond. In een uitverkochte zaal in Atlantis in Alkmaar.

Al in de gouden eeuw moeten de Tröckener Kecks elkaar hebben ontmoet. Ergens op de Zeedijk in Amsterdam liepen ze elkaar schijnbaar toevallig tegen het lijf en aangezien de ene op een gespannen varkenshuid kon roffelen en de andere op een klavier aardig uit de voeten kon en de derde aardig kon zingen, begonnen ze een rondreizende muziekgroep.
Overal speelden ze, in duistere kroegen in de havens, in verschoten nachtclubs en op wilde boerenbruiloften. Een naarmate de jaren vorderden verbreedden ze hun muzikale spectrum tot de perfecte formule ontstond. De lyriek van de middeleeuwse bard combineerden ze met de ruige rock-'n'-roll uit de jaren zestig.

Dat de Tröckener Kecks zo'n romantische achtergrond heeft, gelooft uiteraard geen hond. In werkelijkheid begonnen de Kecks negentien jaar geleden als punkbandje en braken pas na jaren van zwoegen betere muzikale tijden aan. Bovendien speelt de band allang niet meer in zijn oorspronkelijke samenstelling.

Maar wie de band live heeft meegemaakt, vraagt zich vertwijfelt af waar en hoe het vijftal zoveel schoons heeft opgediept. Rock-'n'-roll weerklinkt zelden zo fris als tijdens optredens. Ieder liedje is een verhaal, een beknopte maar wonderschone novelle. Tijdens een concert rijgen ze al die hoofdstukken aan elkaar, zodat het publiek nog lang met een voldaan gevoel aan die wonderlijke avond terugdenkt.

Op de cd klinkt de muziek van De Tröckener Kecks al heel aardig; op het podium komen daar nog op zijn minst twee dimensies bij. De nummers klinken ruiger en doorleefder en bovendien is de presentatie naar Nederlandse maatstaven ongeëvenaard. Op de planken zijn de mannen zo enthousiast als een kleuterklas op schoolreis.
Het miste zijn uitwerking niet op de ruim 500 toeschouwers die vrijdagavond op het concert in Atlantis waren afgekomen. Goddank is het Alkmaarse podium niet te klein voor de groep. Het ene lied werd nog hartstochtelijker meegezongen dan het andere. Maar na een toegift of vier leek de rek er een beetje uit. Ruim anderhalf uur had de band al opgetreden, maar vreemd genoeg leek vooral het publiek met vermoeidheid te kampen. Rick de Leeuw was nog lang niet schor, de meezingers wel.
De enerverende hoofdact deed bijna vergeten dat de opener Bon ook heel aardig was. De groep rond zanger-gitarist Pieter Bon maakt muziek die wel wat weg heeft van de Kecks. Dezelfde rock met poëtische inslag. Het klonk alleen een stuk gepolijster en het geheel kwam wat braver over.
Geeft niet, je moet wel van heel goede huize komen, wil je niet verbleken bij Nederlands beste live-band.

Pers